Volg onze avonturen



Elk einde is ook weer een nieuw begin


De volgende dag bestaat uit rusten en schuilen tegen de hitte. Sara is om 7u al de deur uit voor haar werk, we hebben het rijk voor ons alleen en verder dan een bezoekje supermarkt kom ik vandaag niet. Ik lig op bed, slaap, doe korte loopjes met Taka en that’s it. Ik kan niet nadenken over een vervolg, wat we hierna gaan doen, zelfs denken kost teveel energie. Als Sara thuis komt uit haar werk gaan we samen naar het strand, waar het heerlijk toeven is met een windje. Prima dagje zo.


Ook de dag erna kan ik maar moeilijk beslissen. Skuleskogen National Park is onderdeel van de Hogä Kustenleden, en nu ik hier toch ben wil ik daar graag heen. Maar hoe gaan we het doen met deze temperaturen? Het was de afgelopen twee dagen 28 graden, reden genoeg om eigenlijk helemaal niks te doen. Sara is zo lief om haar auto aan me uit te lenen, ze biedt het notabene zelf aan, hoe gaaf! En dat geeft een heel nieuw perspectief. Ze gaat altijd op de fiets naar haar werk. Daardoor besluit ik om vandaag aan het water te willen zitten met Taka, ergens in de schaduw. We rijden naar de noordingang van het nationaal park, het is nog vroeg en gaan aan de wandel tussen de rotsen en de bomen, het is er prachtig. Beekjes zijn zo goed als uitgedroogd (zorgelijke toestand!), het water van de zee vind Taka niet lekker, het is een mengeling tussen zoet en zout. Het bos is een mengeling van dennen, berken en varens. Na ongeveer een uur lopen komen we bij een inham waar een paar eilandjes zijn. Hier is ook een strandje met kleine kiezeltjes en helder water, een perfecte plek om te blijven. Het strandje ligt precies tussen twee eilandjes, waar genoeg bomen zijn voor schaduw. Het is overal stil, er staat slechts een klein zuchtje wind, enkele zeiljachten liggen in de baai. Een dag om lekker mijn boek te lezen, te schrijven en te relaxen op deze wonderlijke plek.



Terug bij thuiskomst zorg ik dat ik er ben voordat Sara thuis is, ik heb beloofd voor haar te koken. Samen gaan we op het gras zitten voor haar huis en smullen we van de verse salade en de soort roerbaksmurrie met allerlei groenten erin. Het ziet er niet uit maar is om onze vingers bij af te likken en dat doen we dan ook. Fijn zeg, verse groentes! Ik overleg met haar over de volgende dag. Ik zou heel graag morgenavond met haar auto naar de zuidingang rijden voor de andere kant van het park en dan in het park slapen en de volgende ochtend terug komen. Voor Sara is het geen probleem, ze heeft de auto toch niet nodig. Overspoeld door een gevoel van vrijheid, dat ik weer kan gaan en staan waar ik wil met enige comfort, voel ik me helemaal in mijn nopjes. De waarde van een auto, de flexibiliteit, het park in kunnen zonder veel gewicht, ik kijk er nu al naar uit en word er heel blij van.


Het is 19 juli, de thermometer haalt met gemak de 30 graden, de hele dag zit ik ‘thuis’ aan het water te niksen voordat ik rond 20u richting Skuleskogen National Park rijd, een half uur hier vandaan. In een stevige draf steekt er een wasbeer over waar ik vol voor op de rem moet, blij verrast kijk ik naar het mooie beestje! Om 22u beginnen we onze wandeling naar boven, naar de top waar een waanzinnig uitzicht op ons wacht over de Botnische Golf. Het zweet druipt van me af, Taka’s tong hangt op half 11, maar het is te doen. Voordeel van dit tijdstip is dat er niemand anders is en Taka los kan, de berggeit uithangen. Ik bewonder hem voor zijn inzicht in diepte, zijn incasseringsvermogen tussen de enorme rotsblokken. Moeiteloos maakt hij grote sprongen, loopt hij op smalle richeltjes, balanceert hij over schuine rotsen die bijna recht naar beneden aflopen. Soms met een beetje aanwijzingen van mij, maar hij doet het en hij geniet er ook nog van. Dan kijkt ie met zo’n blik naar me waar het plezier in af te lezen is, zo van “Kom je achter me aan? Het is zo tof hier! We zijn op avontuur! Oh yeah!”


Dit keer loop ik zonder zware rugzak, alleen 3 liter water en het hoognodige om de nacht door te komen. Ondanks dat is de wandeling c.q. klim evengoed best zwaar, enorme rotsblokken die stammen uit de laatste ijstijd, vullen de bergwand en het wandelpad, soms is het steen rood, soms grijs of zwart.  Het is een feestje om hier te zijn, moederziel alleen, saampjes. Op het hoogste punt besluit ik om daar te blijven tot de zon opkomt, die overigens net achter de bergen is verdwenen. Kamperen is verboden in het park, dus met het ontbreken van mijn tent, houd ik me aan de regels, toch? Het is rond middernacht als we op de rotsen een nestje maken voor de nacht, zonder tent, gewoon open en bloot. Er staat nauwelijks wind, het is nogsteeds 25 graden. Mijn wekker zet ik op kwart over 3, net voordat de zon opkomt. De berg, het nationaal park, lijkt eventjes helemaal van ons alleen. Lijkt…



Opeens hoor ik stemmen, het zijn een paar jongens en ik kan niet inschatten hoe ver ze zijn of welke richting ze gaan. Het houdt me wakker, ik luister en spiek over de stenenstapel heen die op het hoogste punt is gebouwd. We liggen precies naast het bouwwerk, er achter, de jongens komen van de andere kant. Lange tijd is het volume hetzelfde, lijkt het of ze niet dichterbij komen, alsof ze daar ook zitten op een vaste plek. En dus doe ik weer een poging om te slapen. Totdat ze opeens veel dichterbij zijn en ik me rot schrik. Ook Taka zit rechtop. Taka is een stille waker, hij ziet, hoort en ruikt alles maar houdt zich stil en slaat het gade, observeert slechts. Totdat het te dichtbij komt en een bedreiging voor hem vormt, pas dan begint hij te grommen of blaffen. En dat maakt dat we ons samen heel makkelijk schuil kunnen houden. Ook checkt hij bij mij hoe ik er in sta en voelt hij feilloos aan of het de bedoeling is om stil te zijn of niet. Had ik al gezegd wat een topper hij is? In zoveel opzichten! Het is niet te bevatten hoe we op elkaar afgestemd zijn, echt een wonderlijke verbinding, iedere keer weer. Doordat we achter de stenenhoop liggen, zijn we niet makkelijk zichtbaar, tenzij ze er naartoe zouden lopen. Ze lopen godzijdank een stuk lager en blijven daar ook als ze ons passeren. Het geeft een gevoel van overwinning, yes Taka, ze hebben ons niet gezien haha, en wij hun wel. En zij maar denken dat ze alleen op de top waren haha. Ik vind het grappig. Daarna kunnen we eindelijk voor korte duur even slapen.


Nog voordat de piep van mijn alarm afgaat zit ik al rechtop, het is bijna kwart over 3 s’nachts. Ik heb weinig rust in mijn kont want zo meteen komt de zon op. Voor ons strekt de Botnische Golf zich uit, het noordelijkste stukje van de Oostzee, met vele eilandjes aan de rand van Zweden. De zon komt langzaam boven drijven en het duurt lang voordat het water echt wordt verlicht. Maar het is ons momentje, onze ochtend, onze rijke ervaring dat we hier toch maar even zitten met zijn tweetjes. Het is simpelweg genieten.


Rond half 5 pakken we ons boeltje om af te dalen naar de andere kant, zo lopen we in een cirkel en hoeven we niet dezelfde weg terug. Beneden is een meertje, wederom een paradijsje, hier mag wel gekampeerd worden en er staan dan ook een paar tentjes. Maar iedereen ligt nog te slapen. Aan de rand van het meer nemen we een pauze en is het tijd voor mijn ontbijt. Daarna valt de wandeling me nog vies tegen, om half 8 is het qua temperatuur al niet meer uit te houden. Het laatste uur is een uur waarbij ik over mijn grenzen ga, maar we hebben weinig keus, de auto staat nu eenmaal waar die staat. Uiteindelijk zijn we een uur of tien pas bij de auto en hebben we deze ochtend alsnog vijf uur gewandeld, net een beetje teveel van het goeie. Maar ach, deze ervaring wordt ons niet meer afgenomen, de nacht op de top, de zonsopkomst en de alles eromheen. De rest van de dag slapen we, lees ik en hangen we een beetje in afwachting van de verkoeling in de avond.


Rond 23u brengt Sara ons naar het station waar we de nachttrein terug naar Stockholm nemen. Helaas gaat de trein pas om half 3, de trein van 23u is volgeboekt en dit keer was er geen kans dat we mee konden. Dan maar eentje later. Ik kies bewust voor de nachttrein vanwege de warmte. Het is benauwd in de trein, als we daar overdag in moeten zitten, zo lang (zeven uur), dan gaat Taka van zijn stokje. En dus ga ik om 23u op een bankje van het station liggen, oogjes dicht en de wekker op kwart over twee. De reis is best vermoeiend door de gebroken nacht, wederom zitten we in de hondencoupé, wagon 16, stoel 31, het lijkt wel of we een abonnement hebben op deze stoel. Rond 11u zijn we in Stockholm en pak ik de sleutel die Ebba voor me heeft verstopt. Het voelt als thuiskomen, dit huis, deze energie, alsof ik hier altijd heb gewoond, heel fijn. Matt is in Estonia, Ebba is aan het werk, ik heb het rijk voor mij alleen. Hier staat mijn auto, met schone kleding, na vier weken hetzelfde aan kan ik nu weer kiezen, heb ik mijn laptop waar ik weer op kan schrijven en nog lekkere dingen in de auto. De hereniging is fijn! Ook ligt er een briefje voor me klaar dat ik mijn voedselpakket kan ophalen bij de sigarenboer, één van de pakketten die ik niet op heb kunnen halen bij een berghut omdat de Kungsleden noodgedwongen werd afgebroken. Die heb ik naar Stockholm laten sturen aangezien het een zeer waardevolle inhoud voor mij heeft.


Wederom ben ik te moe om beslissingen te maken door de gebroken nachten, eerst dus uitrusten hier zolang als nodig is. De ontsteking in mijn voet speelt op, die heb ik eigenlijk al meer dan een week, eerst dacht ik dat het spierpijn was, of een gevolg van de val in de rivier, nu zie ik duidelijk hoe dik mijn voet is. De 5 uur lopen van gister was niet handig haha. Maar goed, beetje Copaiba erop doet wonderen, en ja, rust, maar die neem ik nu.


Twee dagen later ben ik weer een beetje de oude en is het tijd om Stockholm te verlaten. Ik word er bijna verdrietig van om afscheid te nemen van Ebba, die als een moeder is, zo lief, zo zorgzaam en betrokken. Daarnaast is voor mijn gevoel DÉ reis in Stockholm begonnen, de reis alleen, en voelt het als een soort definitief einde van mijn reis, mijn oorspronkelijke reis. Dubbele gevoelens krioelen door me heen als vissen in een te klein bassin. Een heen en weer geslinger tussen teleurstelling en ‘het is goed zo’. De Kungsleden laat me niet los, de schoonheid ervan, de grootsheid, de rauwe natuur in zoveel vormen, ik voel dat ik deze nog een keer wil lopen, op mijn dooie gemakkie i.p.v. een verplicht aantal kilometers per dag. De zware dagen heb ik niet gefilmd of gefotografeerd wat ik had willen doen op dat moment, simpelweg omdat de kilometers maken op die dagen al mijn energie kostte. De rugzak op en af doen, wat sowieso al te vaak nodig is i.v.m. plassen of pauze, kostte alleen al heel veel energie. Dan was de camera pakken, statief of wat dan ook, net even teveel. Keuzes om zo goed mogelijk met de hoeveelheid energie om te gaan die ik heb op een dag moest ik bewust maken. En naarmate de dagen vorderden, en elke dag die 20 km werd gehaald met de bepakking en geen normale nacht slaap, daalt het energieniveau steeds meer zonder weer op te kunnen laden naar 100%. Daarnaast heeft de oplopende temperatuur een behoorlijke inslag gehad op de planning van de reis. Veel scenario’s had ik kunnen bedenken maar deze zeker niet. Hoe dan ook, alles was het waard, meer dan waard, ik heb me neergelegd bij de elementen waar ik geen invloed op kon uitoefenen, er restte mij niets anders dan in de overgave gaan.
De volgende keer wil ik in het moment kunnen bepalen om te stoppen voor die dag en de tent op kunnen zetten, op het moment dat mijn lijf het aangeeft. En wil ik op de top van de waarachtig indrukwekkende Tjaktapass mijn tent op zetten om zo de vallei nog meer in me op te kunnen nemen, tijd te nemen voor timelapses, te fotograferen op het moment dat het licht het mooist is, dat soort details. Nu was er tijdsdruk, i.v.m. de hoeveelheid voeding die we maximaal mee konden hebben, met name voor Taka.


Ik ben ontzettend dankbaar dat jullie mij hebben gevolgd. De vele reacties hebben me goed gedaan, alsof ik de reis met jullie allemaal maakte. De energie van mijn fanclub was (en is) enorm voelbaar. Het volgende doel is een bioscoopzaal vinden waar ik mijn film (kostenloos) mag tonen. Tips zijn welkom. Nu eerst beginnen aan het produceren van de film, van de iets meer dan 2300 foto’s en filmpjes die ik heb gemaakt…en werkelijk waar, ik KAN NIET WACHTEN om True Nature Trails, the movie, aan de wereld te laten zien! Uiteraard hou ik jullie hierover op de hoogte.


Eind augustus vertrekken we opnieuw naar Noorwegen, dit keer met de eerste deelnemers van True Nature Trails. Over dromen waarmaken gesproken!


DANK JULLIE WEL



Taka & Anouk

Volg onze avonturen



Camera verloren? Zo’n dag dat alles teveel is…


De volgende ochtend voel ik heel sterk dat het klaar is met de Kungsleden. Ik hou niet van heen en weer lopen, het is nogsteeds bloedjeheet en wat we gisteren gelopen hebben was saai. Misschien ben ik verwend, misschien ben ik verzadigd, het maakt niet uit, ik wil terug naar Kvikkjokk. Om half 11 gaat de boot terug, ik heb nog vier uur om terug naar beneden te lopen en dat gaat easy peacy. Veel te vroeg ben ik weer op de steiger, maar wat is te vroeg? Ik heb de tijd aan mezelf, kleed me weer uit en geniet van het water, de zon en het gebrek aan muggen. Ik gun mezelf eindelijk het mogen genieten van even niks. Het boottochtje terug over het deltawater is heerlijk, terug zijn in Kvikkjokk ook, waar het restant van mijn spullen ligt. En nu? Wat gaan we nu doen? Waar kunnen we heen?


De Höga Kustenleden komt al een paar keer langs in mijn gedachten, de hoge kustroute, een 129 km lange route tussen Örnsköldvik en Hornöberget. Ik zoek er wat over op en kom er achter dat we nogsteeds ten noorden zijn van deze route, wat het voor mij logisch maakt om een bus en trein te nemen naar Örnsköldvik, die ik net een half uur voor vertrek boek. De trein blijkt volgeboekt, dan zou ik een dag moeten wachten. Alles in mij zegt dat wachten niet de bedoeling is, ik vertrouw erop dat we mee kunnen vanuit Murjek, waar de bus stopt. Het is volle bak in de touringcar, iedereen gaat er uit in Murjek waar we tweeëneenhalf uur moeten wachten voordat de trein komt naar Umeå. Het vertrek van de trein is 21u, hopelijk kunnen we mee anders zitten we in dit gehucht vast voor een nachtje, een gehucht waar de aankomst van de trein twee keer per dag de happening van de dag is. Veel meer is hier niet. Ik probeer desondanks om verbinding te maken met de website van de Zweedse NS maar zonder resultaat. Laat maar los, het komt goed, we zitten straks gewoon in de trein.


Met veel bombarie rijdt de trein het krakkemikkige station in, ik hijs mijn rugzak op en hou scherp in de gaten waar er een conducteur of conductrice uit komt. Een vrouw dit keer, ik loop naar haar toe en zeg dat ik problemen heb gehad met de betaling, kan ik alsnog mee tot Umeå? “De trein is volgeboekt.”, zegt ze en ze pakt een walkietalkie om aan een collega te vragen of we mee kunnen. Een paar minuten later zitten we op stoel 31 in rijtuig 16. Yes! De conductrice komt bij me omdat ik nog geen ticket heb. Die kan ik halen in het restaurant in een andere wagon. Ze biedt aan om bij Taka te blijven tot ik terug ben, super geregeld weer! Om half twee in de nacht arriveren we in Umeå, het is nogsteeds licht, een heel klein beetje schemerig. En nu, Taka? Wat gaan we doen? Waar gaan we slapen? Het is zaterdagnacht, er is genoeg verkeer op de weg, het is alles behalve stil. De volgende trein, naar Örnsköldsvik, gaat pas om half 7. Vijf uurtjes om ff een tukkie te doen. We lopen het station uit, langs het spoor, op zoek naar groen, het lijkt echter op zoeken naar een speld in een hooiberg. Langs het spoor is een enorme parkeerplaats, het lijkt meer op een leeg industrieterrein, veel afval, groepjes jongeren die bij elkaar hangen met hun autodeuren wagenwijd open. Ik observeer ze, wat voor gajes is het? Ze lijken me niet op te merken en daar ben ik blij om. Het terrein wordt steeds leger, zeker na een bepaald punt waar betonpaaltjes staan en er geen auto’s meer doorkunnen. Het is er leeg, op wat verkeerspionnen na en her en der een schuilplaats van een zwerver met wat vergane matrassen. Heb je die hier ook? Kortom, het is een armoedig zootje hier. In het midden van de grote parkeerplaats groeit een minimaal aantal struikjes, net groot genoeg om ons achter te verschuilen tegen het verkeer op de weg. Dat wordt ons nestje voor vannacht, vanaf de weg worden we in ieder geval niet gezien. Hoe armetierig het ook is, ik kan er ook om lachen. Ik heb nogsteeds de rijkdom van een matje, slaapzak en eten dus ik voel me alles behalve een zwerver en is er iets wat niet ok is met Taka aan mijn zij? Ik zie verder niemand, Taka gaat meteen naar dromenland, ik heb er toch wat meer moeite mee op deze plek. Mede ook omdat er nog een goederentrein langs dendert met twee mannen die aan een reling hangen van de trein, jongelui die ik hoor gieren en brullen en er is veel verkeer. Toch val ik in slaap maar niet lang genoeg om echt te rusten.


Zondagochtend wacht ons laatste uurtje trein naar Örnsköldvik, waar de start van de Höga Kustenleden is. Ik ben bekaf en niet zo goed gehumeurd, hoe zou dat nou komen? Moe ofzo? Het is broeierig warm, als we om half 8 het modieuze station binnen rijden is het er uitgestorven. In de hal liggen folders over de Höga Kustenleden, we kunnen meteen van start. Meteen vanaf het begin valt de route me tegen. We lopen in een stad, langs de weg, overal prikkels om ons heen. Ik merk meteen dat het me teveel is, ik wil natuur om me heen. Elke kilometer staat er een paal met daarop het cijfer van de afgelegde afstand, op het eerste paaltje staat 1, aan de andere kant 128, tis maar net van welke kant je komt. De Höga Kustenleden is extreem goed bewegwijzerd, het laat weinig ruimte voor avontuur of zelfs verdwalen, dat zit er gewoon niet in tenzij je het zelf opzoekt. We komen in een natuurreservaat waar veel mensen hun zondagochtend loopje doen met hun hond. Het wemelt er van de sportievelingen, hardlopend, op mountainbikes, je moet er maar zin in hebben met deze temperaturen. Ik wil alleen maar slapen. Naast een kleine plas waar het verboden is om te zwemmen, installeren we ons in de schaduw. Inmiddels is het negen uur, de dag is net begonnen, maar voor ons tijd om de ogen even te sluiten. Eigenlijk wil ik niet meer lopen, ik wil liggen, niks doen, totdat het koeler wordt en ik mijn energie terug heb. Maar ik geloof dat beide gevallen enige tijd nodig hebben voor er verandering in optreed. Ik klooi wat op mijn telefoon en krijg een herinnering van Google foto’s van 15 juli 2012, de dag dat ik Sjors heb laten inslapen. De laatste dag dat we samen waren, de dag dat hij herenigd werd met Sjimmie, zijn broer. De foto’s zijn net een beetje teveel van het goeie, ik laat mijne tranen de vrije loop, die lieve trouwe Sjors, alweer zes jaar voorbij. Ik mis ze allebei en besef met Taka naast me, wat een andere fase ik in mijn leven ben in gegaan sinds dien.


Ondanks de vermoeidheid wil ik verder, het is nog vroeg en ik wil voorkomen om op het heetst van de dag te lopen. Afwisselend lopen we in een beetje natuur en een beetje teveel bewoonde wereld, overdag liggen we bijna verplicht alleen maar in de schaduw, het is gewoon niet te doen. Laat in de avond, van 10 tot 12 lopen we nog een stuk, in totaal hebben we toch 15 km afgelegd vandaag, maar zelfs op deze tijden is het qua warmte niet te doen. Daarnaast doet zich hier een ander probleem voor, namelijk dat alle beekjes uitgedroogd zijn en Taka dus niet ongelimiteerd kan drinken. Dat betekent dat ik mijn drie liter waterzak maar beter vol kan hebben iedere keer en dus nog meer gewicht draag. Ik ben genoodzaakt om bij huizen aan te bellen voor water en dat voelt niet fijn. Het is een uitdaging om een vlak stuk te vinden voor de tent, uiteindelijk is het na twaalven en voel ik dat ik mijn grens heb bereikt als ik alleen de binnentent op zet tegen de muggen en onrustig in slaap val.


De volgende ochtend ben ik verrotter dan verrot, mijn water is bijna op, ik ben op het punt bereikt dat Taka uit de waterzak drinkt om zo min mogelijk water te verspillen. De hele nacht is het boven de 25 graden gebleven, alles aan mijn lijf plakt. Ik wil weg hier, stoppen met wandelen, stoppen met alles, ik wil een douche, weg uit de hitte en alleen maar slapen. Ik loop het kleine stukje naar de gravelroad en besluit te liften, ik kan geen stap meer zetten. Het is voornamelijk de combinatie van de hitte met vermoeidheid en die 25 kilo op mijn rug, geen goeie combi. Het is half negen, ik hoop dat er iemand naar zijn werk gaat vanuit dit gat met een niet al te nette auto. Bij de eerste auto is het meteen raak, een oude Volkswagen Polo, kinderzitjes en een kind achterin, mijn rugzak in de achterbak met de klep open, hij kan niet meer dicht. Ik ga op de bijrijdersstoel zitten, Taka springt op schoot, godzijdank is er airco! Ik ben alleen al dankbaar dat hij ons naar de normale weg wil brengen, dan gaan we daar vandaan wel weer liften. En zo geschied, super aardige gast! Op de hoofdweg zet hij ons af bij een parkeerhaven, Taka bind ik vast aan de vangrail in de schaduw en daar sta ik dan, oververhit, oververmoeid met mijn duim in de lucht. Niet bepaald in mijn beste doen, de energie die ik blijkbaar uitstraal spreekt boekdelen. Elke auto die langsrijd, rijdt door. En ik kan ze geen ongelijk geven. Jezus, wat mis ik mijn auto! En het comfort en de flexibiliteit die ik daarmee heb. Ik sta in de volle zon en trek het echt niet, ondanks het windje vanaf het water. Na een half uurtje hou ik het voor gezien, dit werkt niet, ik moet uit de zon, ik heb water nodig, ik moet mijn telefoon opladen, dan kan ik een taxi bellen. Met mijn rugzak weer op gaan we lopen langs de vangrail, terug naar het dichtstbijzijnde huis, hopelijk is daar iemand die ons kan helpen. Er staat een auto op het pad en godzijdank is er iemand thuis. Mijn waterzak kan ik vullen, zij belt een taxi voor me, we zitten op haar prachtige veranda van haar helder geel geverfde huis, met uitzicht over het meer. Ondanks alles neem ik nog op hoe mooi ze hier woont. We hebben het over het weer en ze is de zoveelste die aangeeft hoe extreem de temperaturen zijn en hoe problematisch de droogte is. Oogsten mislukken, voor de boeren is het een ramp. Nog nooit in de geschiedenis hebben ze zolang achter elkaar deze tropische temperaturen gehad. Zij maakt zich net als ik zorgen over het milieu want het klopt van geen kant. Tot de taxi komt rust ik uit, laad ik mijn telefoon op en probeer ik een plek te vinden waar ik kan slapen en met Taka welkom ben. Maar dat valt nog niet mee met het slechte bereik en 6% accu. Ik bel een hotel, degene die opneemt spreekt alleen Zweeds en Spaans, dat schiet ook niet op. Hoe kan je een hotel hebben en geen Engels spreken? Desondanks laat ik me naar dat hotel brengen vanwege de schaarste aan mogelijkheden. Aan de balie tref ik dezelfde man als die ik eerder aan de telefoon had, mijn ongeduld wordt behoorlijk getest, ik wil zo graag een douche en een bed! Het is 11u, hij schrijft op een papiertje dat ik om één uur terug moet komen en dus zoek ik een plek op het terras en een stopcontact. Wat zijn we toch afhankelijk van die telefoon geworden! Ik stuur mijn moeder een appje, dat ik niet meer weet wat ik moet doen, dat het zo heet is, dat ik zo niet kan wandelen. Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik krijg terug: “Kalmte kan je redden, zet je tentje in de schaduw op en drink veel water, hou van je, dikke kus xxx.” Ze heeft gelijk, maar zolang ik niet uit de warmte kan ontsnappen ga ik de kalmte niet vinden, het is me gewoon teveel.


Inloggen bij airbnb is ook al geen succes, er wordt gevraagd om een paspoort verificatie, een foto van mijn paspoort en van mezelf ter controle. Waarom juist nu? Waarom nu dit soort gezeik? Ik krijg het niet voor elkaar door het slechte bereik. Vol frustratie zit ik op het terras en gun mezelf een ijsje. Taka likt er ook gulzig van en omdat hij nauwelijks eten lust, verbaas ik me er over dat hij het lekker vindt. Dit wil ik filmen, het is té schattig. Vervolgens kom ik er achter dat ik mijn camera kwijt ben. Hele tas leeg, alles controleren, geen camera. Mijn overvolle hoofd slaat nog meer op hol, shit, waar is mijn camera? Ik denk terug en weet dat ik mijn camera op de liftplek voor het laatst heb gezien. En nu? Er staat zó veel filmmateriaal op! Dit kan toch niet waar zijn? Ik kan niet nadenken, maar word er door mezelf toe gedwongen. Wat heb ik gedaan? Waar ben ik geweest? In een flashback draai ik de dag achterstevoren terug. Ik heb gelift, ben bij dat huis geweest en in de taxi. Ik moet terug naar de plek waar ik stond te liften. In een soort paniek ga ik naar Google translate op mijn telefoon en tik in; “Mag ik alsjeblieft een auto van jullie lenen? Ik ben mijn camera verloren en denk te weten waar die ligt. Het is ongeveer een kwartier hier vandaan. Willen jullie me alsjeblieft helpen?!”. In het Zweeds vertaald loop ik ermee naar de dame achter de balie, met een verbaasde blik kijkt ze me aan. Iedereen gaat in druk overleg over mijn verzoek, er worden twee jonge jongens bij geroepen, één ervan is de zoon, die ook geen Engels spreekt, de ander is een werknemer die godzijdank Engels spreekt. Hij vraagt wat er aan de hand is, nou, precies dat wat ik heb opgeschreven. Ik ben mijn camera kwijt en wil terug om te zoeken! Mijn tolk gaat in overleg, hij en de zoon gaan met me mee, ik krijg de sleutel van hun auto, een bordeaux rode Ford Focus station, yes! Beiden hebben nog geen rijbewijs, tijdens de rit word er geen woord teveel gezegd. Ik uiterst gespannen, de jongens te verlegen. Terug op de liftplek zoek ik in de berm en langs de vangrail maar geen camera. Ik loop als een kip zonder kop, weet niet waar ik het zoeken moet. ‘Focus! Focus!’, tetteren de vele stemmetjes in mijn hoofd. Maar ik heb alles behalve focus. Ook bij het huis vind ik niks en na een telefoontje met het taxibedrijf levert ook dat niks op. Ik lever de auto weer in, bedank de mensen voor hun geweldige medewerking en ga terug naar Taka die nogsteeds in een hoekje van het terras ligt te slapen. Hij maakt me altijd blij, no matter what. Wat een engelengeduld heeft hij toch altijd! Daar kan ik nog wat van leren.


Eline belt, precies op het juiste moment en ik kan mijn tranen niet meer inhouden. Op de houten vloer van het terras leun ik met mijn hoofd in een hand, luisterend naar haar bemoedigende woorden. “Dit is niks voor jou Anouk! Je kan die camera niet kwijt zijn! Hij moet nog ergens liggen, het kan niet anders! Doe de buiktest.” Ik laat haar woorden zakken en weet dat ze gelijk heeft, toch ontbreekt het me aan energie om helder te kunnen denken. Ik ben toch net terug geweest? Ik heb em toch niet gevonden? We hangen op en ik beloof dat ik de buiktest ga doen. Een test waarbij het lichaam (vanuit je onderbewuste) antwoord geeft op wat je maar wilt weten. Ik zoek een rustige plek op in de schaduw en begin vragen te stellen aan mijn onderbewuste. Normaal gesproken is deze test bij mezelf heel betrouwbaar. Nu echter, in deze toestand, weet ik het nog zo net niet. “Ligt mijn camera op de plek waar ik hem ben verloren?” Ja. “Ligt mijn camera op de plek waar ik heb gelift?” Ja. “Ligt mijn camera bij het huis?” Nee. “Ligt mijn camera in de taxi?” Nee. Ondanks de heldere antwoorden vertrouw ik ze voor geen meter omdat ik totaal niet in mijn kracht sta, ik kan nu simpelweg niet op mezelf bouwen. Wat moet ik nou doen? Waar gaan we heen? Het lukt me om een privébericht te sturen naar een Airbnb adres, waar honden niet welkom zijn. Maar er is zo verdomd weinig keuze dat ik het gewoon maar probeer. Dit hotel voelt niet goed, mede door het gebrek aan communicatie mogelijkheden. Ik bel Marian en vraag of zij dezelfde test wil doen, dezelfde vragen wil stellen maar dan met de biotensor. Ik heb een blind vertrouwen in zowel Marian als de werking van de biotensor, de energetische kracht van het universum is simpelweg wonderlijk. De antwoorden zijn identiek aan die van mij. Ok, dan rest me maar één ding, nog een keer terug naar de liftplek. Ik bestel een taxi en vertel hem mijn dramadag. Hij is lief, behulpzaam en geduldig. Ik laat me bij het huis afzetten en vraag hem naar de parkeerhaven te rijden. Taka blijft is de door airco gekoelde auto. Zelf loop ik het stuk langs de vangrail terug, dit keer met meer rust en focus. Ik zie mijn camera niet en bel opnieuw Marian om de vragen specifieker te maken. “Heb je nog ff tijd om te testen met de biotensor?” Op Marian kan ik altijd bouwen, heerlijk! Aangezien hier veel rotsen zijn en steen met gruis, vraag ik of mijn camera op het steen ligt. Het antwoord is nee. Ik ben op de plek aangekomen waar Taka aan de vangrail zat en steek de weg over. De chauffeur van de taxi is blijven wachten op een plek waar schaduw is. “Ligt mijn camera op de weg?” Nee. “Ligt mijn camera in de berm in het gras?” Ik heb de vraag, waarop het antwoord ja is, nauwelijks uitgesproken of ik zie mijn camera liggen. Mijn voetjes komen van de grond, ik spring een gat in de lucht, yes! Zwaaiend met mijn camera in de lucht juich ik naar de taxichauffeur en loop ik terug. Hij had nooit verwacht dat ik mijn camera terug zou vinden en ik eerlijk gezegd ook niet. Dankzij Eline, die me aanmoedigde dat hij niet kwijt kon zijn, en dankzij Marian die voor me wilde testen. In ieder geval weer een zorg minder.


Vervolgens rijden we terug naar Örnsköldvik waar hij me af zet bij het VVV zodat ik daar wellicht een plek kan vinden om te slapen. Het VVV gaat om vijf uur dicht, daar komen we achter als we om tien voor half zes aankomen. Ja natuurlijk, past goed bij deze dag. Aangezien ik nogsteeds maar een paar procent accu heb, helpt hij me met zijn tablet om internet af te struinen. Wonder boven wonder krijg ik op dat moment een sms van airbnb, van degene waar ik een privébericht naar had gestuurd. “Is het voor 1 nacht?” Het is een 1-kamer woning waar ze zelf ook is, erg klein dus. Maar ik beaam haar dat het me niet uit maakt, alles wat ik wil is een douche en een bed, niks meer, niks minder. Ik laat me door de taxichauffeur naar de wijk rijden waar ze woont, ook al heb ik nog geen bevestiging van haar. En net als we er bijna zijn krijg ik weer een bericht dat ze niet thuis is en dat ze me om 19u komt halen in de binnenstad. Dus weer terug naar de binnenstad, het is me het reisje wel. Ik bedank de chauffeur die zo geduldig is, in ieder geval was ik een alles behalve saaie klant haha. In het centrale parkje met fontein gooi ik mijn rugzak op het gras, Taka krijgt zijn eten met een heerlijk blikje makreel erdoor en zelf maak ik ook mijn potje. Hehe, het is geregeld, nog een uur wachten en dan hebben we een huis.


Sara komt ons precies op de afgesproken tijd halen, leuke meid, klein lijffie, moeder van vier kinderen, net gescheiden. ‘Thuis’ duik ik meteen onder de douche en maakt ze nog een heerlijke salade voor ons, wat een rijkdom! Mijn bed staat in de woonkamer, wat een luxe, wat een weelde, meer heb ik niet nodig. Om 8u val ik al in slaap. Laten we deze dag maar even voor wat ie was, morgen hopelijk met vernieuwde energie weer verder…

True Nature TrailsTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



De helikopter als onze redder in nood


Alweer vroeg zijn we wakker, sinds ik weg ben heb ik nog geen normale nacht gemaakt, nogsteeds niet, elk uur wakker en ook Taka houd me bezig. Hij drinkt veel en heeft ook s’nachts dorst of honger en dus laat ik hem eten of drinken. Soms wil hij buiten slapen omdat het te warm is in de tent, en ligt hij te hijgen, maar hier durf ik hem niet buiten te laten ivm de beren. Gelukkig wil hij nu weer naar binnen en is de vloer koud genoeg om niet te hoeven hijgen. Alles aan mijn lijf zegt: vandaag doen we helemaal niks! Moe, brak, verrot, geef er een naam aan. Ik hoor (en voel) je, lief sterk lichaam, ik zou zo graag naar je luisteren maar Taka’s voer is bijna op, dat vind ik belangrijker dan uitrusten. We hebben nu geen haast aangezien we in de schaduw van de bomen staan en dat zal voorlopig zo blijven. Het water van de beek is heerlijk verfrissend. Eigenlijk is mijn gezicht het enige wat af en toe een klets water krijgt en mijn handen. Verder is mijn persoonlijke verzorging gedaald tot onder het nulpunt. Ik loop al sinds we weg zijn uit Saltoluokta, waar ik voor het laatst kon douchen, in hetzelfde t-shirt (ik heb er maar 1 mee haha), mijn handen lijken op die van een bouwvakker met vieze zwarte nagelranden en losse velletjes van vitaminegebrek en mijn haar lijkt op een trollenpruik. Persoonlijke verzorging doet er gewoon niet toe hier en eerlijk gezegd boeit het me ook helemaal niet. Daarnaast vreten de muggen me levend op dus bedek ik zoveel mogelijk huid, zelfs met plassen kan ik niet voorkomen dat die krengen in mijn billen prikken. En het water is ook nog eens ijskoud, alleen mijn handen en mijn gezicht kunnen dat aan haha.


Met het laatste stuk naar Pårte en daarna de 16 km naar Kvikkjokk in het vooruitzicht, vangen we om half 8 aan met lopen. Het bos is prachtig, het lijkt wel een oerwoud, de temperaturen passen er in ieder geval goed bij. De stilte in het bos is oorverdovend, geen vogels, geen stromend water, geen insecten, alleen maar het gekraak van mijn rugzak en het geluid van mijn voetstappen. Ik sta dan ook regelmatig stil om even de complete stilte te ervaren, ogen dicht, ademen en ervaren. Wat een rust! De hele wereld lijkt niet te bestaan, dit is het enige, Taka & ik in de oerwouden van Zweden, vol lichtgroene varens en duizenden bloemen. Ik ruik de hitte, de geur die dennen en andere planten uitscheiden boven een bepaalde temperatuur, de geur van warmte, de geur van zomer. Heerlijk! Er ligt een uit elkaar getrokken rendier, zijn (of haar) ribbenkast is kaalgevreten, rondom liggen plukken vacht en onderdelen van het vergane lichaam. Nog niet alles is weggerot. Hier had die Deen het over.  Taka ruikt eraan maar vind het gelukkig verder niet interessant. We doen er twee uur over eer we bij Pårte aankomen, een adembenemende plek aan het Sjabttjakmeer, wat is het er mooi zeg! Het water zo helder, overal dennenbos en dan die hut aan het water, echt een droomplek. Ik plof neer en weet niet hoe we het vandaag nog voor elkaar gaan krijgen om in Kvikkjokk te komen. De vrouwelijke host verwelkomt ons, ze heeft een hoofddoek op, een lange doorschijnende rok aan tot over haar knieën, ik schat haar rond de 70. Ze lijkt een beetje op een zigeunerin, ze komt over als een wijze oude vrouw die veel heeft meegemaakt. Ze past vijf weken op deze hut, als vrijwilliger. Ik denk dat ik me volgend jaar ook maar ga inschrijven om op één van de berghutten te passen, hoe gaaf! Ze is geïnteresseerd in Taka en zoals bijna iedereen die ik tegenkom vraagt, vraagt ze wat voor ras hij is, hoe oud hij is en hoe hij heet. Blijkbaar is het belangrijke informatie voor mensen. Hier kan hij lekker los rondstruinen. Uiteraard vraagt ze ook waar ik vandaan kom en waar ik nog naar toe ga. Ik vraag haar meteen over de route naar Kvikkjokk, is het bos, lopen we in de schaduw? Is het zwaar? Ik moet vanavond in Kvikkjokk zijn want anders heb ik geen eten meer voor Taka. Ik bespreek mijn dilemma met haar, ze begrijpt het helemaal als ze naar Taka kijkt die in de schaduw ligt te hijgen, het is nu alweer 27 graden en nog maar half 10. Zal ik de hele dag hier blijven en vanavond pas gaan lopen?


Ze leidt me rond en vertelt dat er over een uur een helikopter komt, dat het misschien wel leuk is om te zien aangezien die gewoon landt op het gras aan de rand van het meer, eigenlijk in de voortuin. Een helikopter? Een helikopter? Bij mij gaat er meteen een belletje rinkelen, misschien kunnen we wel mee met die helikopter! Er is een vrouw met heupproblemen die het niet meer trekt, zij wordt dus opgehaald. Ik vraag haar of ze dan naar Kvikkjokk gevlogen wordt en dat blijkt zo te zijn. “Kan ik misschien mee met de helikopter?” “Mee? Met je hond samen?” Ja, inderdaad, probleem opgelost, zijn we in Kvikkjokk zonder te lopen en kan ik hopelijk mijn postpakket ophalen met voer erin. Ze kijkt me verrast aan en zegt dat ze even moet bellen om te vragen of dat kan. Ik moet 20 kroon (€2,-) betalen voor het telefoontje dat ze pleegt aangezien zij dat ook weer moet betalen. Prima. Ze krijgt echter geen gehoor, we zullen dus moeten wachten op het verlossende antwoord van de piloot. Tot ik het geluid van de heli in de verte hoor aankomen, zitten we in de schaduw naar de adembenemende omgeving te kijken.


De helikopter hoor ik al van ver door de bergen galmen. Ik pak mijn boeltje bij elkaar en vraag me niet eens af of we mee kunnen met de helikopter, ik ga er gewoon blindelings van uit dat we zometeen in die helikopter zitten, gewoon omdat het de bedoeling is. Omdat ik Taka de 16 km in de hitte wil besparen. De wet van aantrekking, zoiets. Tussen de dennenbomen boven het meer zie ik de helikopter in zicht komen, de propellers wuiven het water van het meer aan de kant, hij landt in de voortuin. Helikopters worden hier in de bergen veel gebruikt vanwege de afstanden en het gebrek aan wegen. Alle hutten worden door middel van helikopters bevoorraad en zijn over het algemeen van private bedrijven, niet van de overheid.


De helikopter is geland en maakt een hels lawaai, de piloot komt er uit, de host loopt naar hem toe met de vraag of ik mee kan, van een afstandje sla ik het gade. En dan wuift ze dat ik daar naartoe mag komen. Zie je? Ik wist het! Mijn rugzak mag ik af doen, die laadt de piloot in, fijn, dan heb ik mijn handen vrij voor Taka. Hij vindt de propellers, die nogsteeds draaien, doodeng, moet ik daar onderdoor? Maar mijn stem stelt hem genoeg gerust, kom maar lieverd, het is goed. En hij loopt zo met me mee. De kanjer! Hij ziet de zitplaatsen in de helikopter, die toch best hoog zijn vanaf de grond met enkel een smalle richel om op af te zetten. Maar hij heeft niet eens begeleiding nodig, hij springt er zo uit zichzelf in. Niet te geloven! Ik neem plaats op de bank en stel Taka gerust. Uiteraard vind hij het spannend, het lawaai van de propellers, het de lucht in gaan, maar ondanks dat zit hij voor het raam en kijkt hij naar buiten. Ik ben zoooo trots op hem!  “Met vrouwtie kan ik de hele wereld aan!”
De vlucht duurt nog geen 10 minuten, dan landen we in Kvikkjokk, het is 11.15u en we zijn er gewoon al! Probleem opgelost met de hitte, probleem opgelost met het voer, dank je wel engeltje, dat je wederom op mijn schouder zat vandaag. Ik voel me reuze dankbaar!


De vrouw met de heupproblemen wordt met de auto naar het fjallstation gebracht, de berghut en de chauffeur zegt dat ik ook mee mag rijden. Niet te geloven hoe we worden bediend, geweldig! Het is bloedje heet dus de rest van de dag kan Taka in de schaduw liggen. Ik boek een kamer, het is er koel, en ga douchen. Daarna haal ik mijn postpakket op die hier wel is aangekomen. Als een blij ei maak ik de doos open met zoveel lekkers, wederom de vele repen van Love Chock, de notenrepen van Nuts & Berries, yammie yammie en mijn maaltijden en Taka’s voer. We kunnen weer een week vooruit. In de hal van de receptie zit het vol met backpackers, mensen die ik onderweg ben tegengekomen en die allemaal moe zijn en uitrusten. Ook de Zweed zit er, met zijn lange lijf. Ik loop naar hem toe, mijn haar hangt los en is nog nat van het douchen, zeg hem gedag. Maar hij weet ff niet wie ik ben, het verschil met mijn petje op en vlecht in en mijn haar los zonder petje is groot haha. Ook hij heeft hier een rustdag, zoals de meesten. Het Kvikkjokk fjallstation is één groot backpackers oord en doet me denken aan mijn tijd vroeger in Australië. Overal staan backpacks, worden mobieltjes weer opgeladen en zit men weer gekluisterd aan de digitale wereld. Beneden stroomt een fantastisch mooie rivier waarvan het water deels afkomstig is van een gletsjer, dit zorgt voor een mooi kleurenpalet in het water. Het is geen straf om hier een dagje bij te komen.

True Nature Trails



Vandaag heb ik echter wel een belangrijke beslissing te nemen over de volgende etappe. De volgende etappe is 100 km, de planning is om in vijf dagen dit af te leggen met 20 km per dag. En helaas moet ik concluderen dat we dit niet gaan halen door de weersomstandigheden. Ik heb veel scenario’s kunnen bedenken maar niet dat ik de route af zou moeten breken vanwege de hitte. Daarnaast is er geen enkele hut onderweg waar ik iets zou kunnen kopen zodat ik minder gewicht hoef te dragen. Vandaag is het 28 graden, de voorspellingen zijn dat dit de komende week niet veranderd. Hierdoor kunnen we nooit de 20 km per dag halen. En er langer over doen, bijvoorbeeld 6, 7 of 8 dagen is geen optie vanwege het extra gewicht wat er dan nog bij komt aan hondenvoer en eten voor mezelf, bovenop de 25 kilo die ik al draag. Taka gaat de afstanden simpelweg niet redden met deze temperaturen, het gaat em echt niet worden. Taka gaat voor alles, het oorspronkelijke doel laat ik bij deze dus los. Buiten dat voel ik ook dat mijn lijf niet blij is en dat ik rust nodig heb, hetzelfde geldt voor Taka. Ik besluit om twee nachten hier te blijven en dan een deel van de oorspronkelijke route te lopen, een stuk heen en weer terug. Morgen weer een dag…


Het is vrijdag de 13e als ik besluit om weer te gaan lopen na anderhalve dag rust. We vervolgen de Kungsleden richting het zuiden, hiervoor moeten we met een boot naar de overkant worden gebracht. De boot vaart over de delta die aansluit op de brede rivier beneden aan de hut. Het water is kraakhelder, op de bodem is op sommige stukken grind zichtbaar, op andere stukken zie je wit gewelfd zand wat je ook wel in zee kan zien. Het is werkelijk prachtig! Alleen die kleur van het water al! Zo helder, niet normaal! Dan weer blauw, dan weer groen, het wisselt elkaar af. Met een klein motorbootje gaan we naar de overkant, soms moet zelfs de motor uit omdat het te ondiep is en de bodem niet mag beschadigen. Het is heerlijk op het water, geen muggen en een briesje waar vooral Taka blij van wordt, hij zit met zij neus naar voren in de wind. Ik heb voor vier dagen eten mee en zie wel hoe ver we komen. De haast is er in ieder geval af, er is geen ‘moeten’ meer, de 20 km die gehaald ‘moet’ worden heeft plaats gemaakt voor ‘go with the flow’. Alles wat ‘moet’ is mijn verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn en plezier van Taka en ook een beetje voor mezelf. Gek genoeg kom ik er wel weer achter dat ik hard voor mezelf ben. Als het om Taka gaat is het prima om het programma te moeten aanpassen, als het om mij zou gaan had ik het al snel bestempeld als falen of iets dergelijks. Interessant, nogsteeds heb ik blijkbaar niet geleerd om zacht voor mezelf te zijn, leg ik de druk voor mezelf zonder het in de gaten te hebben toch weer hoog. Maar goed, ik ben me er van bewust haha.


Op de aanlegsteiger aan de overkant blijf ik zitten op de houten steiger. Het is er veel te lekker in de bries en het is er muisstil. Én de muggen blijven op afstand! Reden genoeg om hier even te blijven. Taka gaat in de schaduw liggen in de struiken, de boot is weer vertrokken, we hebben het rijk voor ons alleen. Wat een verademing om even niet de druk te voelen van de te maken kilometers, maar hier gewoon even te zitten, zo lang als goed voelt. Het water is ontzettend helder, visjes krioelen heen en weer en zorgen voor kleine kringetjes op het wateroppervlak. Ik kleed me uit, voor het eerst in mijn nakie omdat ik hier niet levend word opgegeten, en geniet van de zon op mijn lijf. Ik doe een poging om te gaan zwemmen maar ik ben geen held (meer) in natuurlijk water. Alles onder me vind ik eng. Ik kom dan ook niet verder dan mijn heuplijn.
De wandeling daarna gaat eerst door een stuk bush, een groene oase van planten en struiken, we lopen in de schaduw. Langzaam gaat het pad schuin omhoog en rusten we uit bij een beek. Tijd voor de lunch. Door de beek is er een open ruimte tussen de bomen waar de wind tussen door kan en waar wind is, zijn geen muggen. Dus ook hier is het even heerlijk vertoeven. We kunnen zo ver lopen (of zo dichtbij blijven) als we willen, dit is het eerste stuk van die 100 km maar eerlijk gezegd vind ik het saai. Het pad is smal, net breed genoeg voor 1 persoon, om ons heen is het dicht begroeid en is er weinig te zien. Door de warmte houden we het al snel weer voor gezien, we vinden een open vlakte met uitzicht op de bergen achter Kvikkjokk, de open vlakte is een soort moeras vol met bloemen en keutels van elanden. Het is nog vroeg maar we hebben het beiden gehad voor vandaag, er is niet veel water om te drinken, nauwelijks beekjes, ik hou er daardoor rekening mee dat we het moeten doen met wat ik heb. De tent staat op een bosbessenveldje, voor ons het moeras en daarachter donkere donderwolken waar de regen met bakken uit de hemel recht naar beneden komt. Het is een fantastisch uitzicht, de wind staat gunstig de andere kant op, wij houden het dus droog. Wel galmen de donderklanken door de lucht, ik word blij van de indrukwekkende elementen van de natuur. Dat was vroeger wel anders, ik weet nog dat ik als kind, toen ik een jaar of 7 was, ergens in een tentje lag met mijn broer, een stukje verder dan de tent van mijn ouders. Het onweerde gigantisch, de regen kwam met bakken uit de lucht, het was ergens in Frankrijk, pikkedonker midden in de nacht. In blinde paniek rende ik naar mijn ouders maar rende ik een verkeerde tent in. Daar moet ik nu aan denken. En tijdens de Vision Quest, in Spanje een paar jaar geleden, sloeg de bliksem in, op de berg waar ik zat. Het leek wel een oerknal! Maar mooi dat ik het vond! En zo ook nu, ik heb een blindelings vertrouwen dat ik beschermd word, dat het nog lang niet mijn tijd is om te gaan. Is dat ook niet een vorm van vrijheid? Geen angst hebben voor de dood en een diep vertrouwen dat alles goed is zoals het is? Als het wel mijn tijd is, is het ook goed, ik voel dat ik mijn leven ten volste heb geleefd. Ook al ben ik nog lang niet klaar met het leven te leven. De avond bestaat uit het turen naar de mooie luchten die zich voor ons uitstrekken, niks meer, niks minder. Het leven is goed!

True Nature Trails, SkierffeTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



Rapaätno delta


Het regent halverwege de nacht, ik geniet van het zachte gespetter op het tentdoek. Er staat een klein zuchtje wind, we staan precies in een geul tussen twee toppen in, enigszins beschermt tegen de elementen van de natuur. De volgende ochtend om half 6 klimmen we het laatste stuk naar boven, de Skierffe op, dit keer zonder rugzak, wat een verademing!
“Wil je hier blijven en uitrusten lieverd? Of ga je mee naar boven?” Tja, het antwoord weet ik eigenlijk al, met vrouwtie mee natuurlijk! De wolken maken langzaam plaats voor blauwe lucht, dat belooft wat!
Ik zou niet weten hoe ik dit met volle rugzak had moeten doen pffff, niet normaal zo pittig! Mijn wens was om boven op de top te slapen gisteravond maar we waren allebei te uitgeput. En nu ik aan het klimmen ben weet ik zeker dat ik het nooit had gehaald. Steile stukken met alleen maar enorme keien waar we ons een weg doorheen banen, rechts van ons doemen de besneeuwde bergtoppen van Sarek Nationaal Park op, fraai verlicht door de nu al felle zon. Eenmaal boven staan er twee tentjes, de scheerlijnen vastgemaakt met grote keien, er is hier geen millimeter waar je een haring de grond in krijgt. Ze slapen nog, geruisloos sluip ik langs hun tentjes naar de rand van de afgrond, waar ik 1179 meter recht naar beneden de diepte in kijk. Voor ons strekt zich een enorme delta uit, waarvan het water als kronkelende haarvaatjes uit de longen van moeder aarde zijn weg vind naar het Laitauremeer, in mintgroen, turquoise en allerlei tinten blauw. Taka staat op de rand van de afgrond, snuffelend en over de rand kijkend naar die enorme diepte. Gevoel van hoogte en gevaar heeft hij in ieder geval want hij deinst snel terug. In het dal zijn drie elanden te zien, twee ervan waden door het water, een spoor achterlatend van de losgewoelde moerasbodem. De ander staat op de oever. Dit uitzicht is niet in woorden te vatten, de enorme hoeveelheid kleuren, de vormgeving van het kronkelende water, de heldere lucht, niet normaal zo mooi dit! Ik ga met Taka op een groot rotsblok zitten en tuur om me heen. Het was de pittige klim meer dan waard!

True Nature Trails, Skierffe

Er staat nauwelijks wind, het is toch bizar dat ik dit soort weersomstandigheden heb terwijl ik hier ben? Tientallen kilometers ver kan ik de omgeving zien, de bergtoppen van Sarek Nationaal Park, het mintgroene meer voor me, het Tjaktajaure erachter, 360 graden om mij heen is het uitzicht werkelijk verbluffend. Wat een cadeautje!


De afdaling wacht op ons, terug naar de tent, wat een heerlijke ochtend zo. Het is half 10 als we onze slaapplek verlaten, eigenlijk hebben we ons loopje voor vandaag, met de klim en afdaling van de Skierffe, wel gehad. Maar we moeten helemaal naar beneden naar Aktse, de hut aan het meer waar we weer moeten oversteken met een boot. Officieel stond op de planning de 20 km van Aktse naar Pårte maar dat gaat em nevernooitniet worden vandaag. Het is alweer 25 graden en de afdaling naar Aktse ervaar ik als zeer zwaar. Ik dacht dat we met een uurtje wel beneden zouden zijn, helaas, daar heb ik me in vergist. Uiteindelijk komt het pad weer samen met de Kungsleden, waar de klim naar Skierffe geen onderdeel van is, en dan nog is het een uur naar beneden. Pas om half 1 komen we in Aktse aan, drie uur over gedaan. En wat ben ik blij dat ik gister de shortcut heb genomen want ik moet er niet aan denken om de officiële route omhoog te hebben moeten klimmen en vervolgens weer naar beneden pffff.


De hut Aktse ligt op een fantastische plek omringd door bossen, struiken en weelderige bloemenvelden met uitzicht op het mintgroene meer. De kleur van het meer vind ik fantastisch! Het lijkt wel een sprookje! Ik plof neer op een bank, doe Taka zijn rugzak af, zet zijn bordje neer ‘Please, do not come close! Thank you!’ en loop naar de winkel. Ik vraag aan de vrouw of er een mogelijkheid is om dit gebied te verlaten op een andere manier dan te voet. Ik realiseer me dat ik mijn planning niet ga halen, hele stukken van de route zijn veel zwaarder dan verwacht. Daarnaast is het veel te warm, 27 graden inmiddels, killing voor Taka. Met de klim en afdaling van vandaag voel ik me op het randje van uitputting, ik kan en wil vandaag geen voet meer verzetten. Maar het is niet eens mijn vermoeidheid die dit doet beslissen, het is de vermoeidheid van Taka en het gebrek aan voer om er langer over te kunnen doen. En dat terwijl we volgens planning vanavond in Pårte zouden moeten zijn, nog 20 km hier vandaan. Ik heb precies genoeg eten mee voor Taka dus er langer over doen kan niet. Aangezien we uitgeput zijn, zie ik maar 1 mogelijkheid, het gebied verlaten naar de bewoonde wereld. We hebben namelijk nog 42 km te gaan voordat we in Kvikkjokk zijn, waar hopelijk een volgend pakket klaar staat. Het gebied is te verlaten door eerst 10 km te varen, dan een stuk langs het meer te lopen, dan kom je uiteindelijk bij een weg en moet je met een 4wheeldrive worden opgehaald om je naar een normale weg te brengen. Maar dat is volgens de host wel een duur grapje. Ik leg haar mijn situatie uit en zeg dat ik nog een paar dagen nodig heb om in Kvikkjokk te komen en dat ik niet genoeg hondenvoer heb. Tadaaaaaaa! Daar is dat engeltje wat met ons meereist! Toevallig!?, (toeval bestaat niet haha), hebben andere mensen die ochtend hondenvoer achtergelaten. Het universum regelt het weer, precies genoeg hondenvoer voor 1 extra dag. Het probleem is uit de weg, we kunnen verder. Ik koop als extra nog een pak salami voor Taka,  het enige beschikbare vlees in de winkel. Het is nog een kilometer lopen naar de rand van het meer, ik besluit te willen rusten aan het water. De boot gaat pas om 17u dus de hele middag kunnen we lekker chillen en dat doen we dan ook, met uitzicht op de Ráhpaaädno rivier die uit de delta stroomt. Voetjes in het koude water, tukkies doen, eten en constant in oorlog met de vele muggen.


De boot is goed gevuld met mensen die naar de overkant willen. Aangezien ik de rest van de dag geen boe of bah meer kan zeggen, zet ik aan de overkant mijn binnentent op, zodat we ongestoord kunnen chillen zonder door alle ongedierte aangevallen te worden. Maar het kwaad is al geschied, overal heb ik jeuk, opgezwollen handen, onderarmen en enkels en ook mijn oorschelpen konden de dans niet ontspringen. Ken je het gevoel dat je al jeuk krijgt als je aan die beesten denkt? Maden op je lijf bijvoorbeeld? Nou, dat gevoel, de jeuk zit overal… Ondanks dat vallen we om 17.30u eindelijk in slaap….


Omdat we er al zo vroeg in lagen, en er niet meer uit zijn geweest, zijn we ook weer vroeg wakker. Om 4u staat de zon alweer hoog en ik zie op tegen de hitte en de muggen. Daarom pak ik snel de boel in, het is nu nog 8 graden en goed te doen. Half 5 gaan we lopen, heerlijk! Door de bossen, in de schaduw, zo houden we het wel even vol. We zien een enorme vogel op het pad staan, bijna zo groot als een gans, het blijkt een auerhoen, in het Zweeds een tjäder. Aan de kleuren te zien een vrouwtje, mooi bruin gestroomlijnd. Mannetjes zijn overwegend zwart met een blauwgroene gloed maar helaas is die nergens te bekennen.  Traag loopt ze de bosjes in, niet eens verschrikt door Taka en mij. Na twee uur lopen komen we bij een idyllisch plekje met stromend water, als iemand zou zeggen dat we in Canada zijn, geloof ik het ook. De vele dennenbomen, bergtoppen op de achtergrond en de beek met helder stromend water, een perfecte plek voor ons ontbijt. Ondanks dat het nog maar half 7 is, doet de zon stevig haar best de aarde weer op te warmen. Taka heeft het wel weer gehad voor vandaag, we hebben immers al twee uur gelopen, en de zon is gewoon te warm. Blij dat we die vroege uurtjes toch ff hebben meegepakt. Ik ben verbaasd over de temperaturen hier, al mijn thermokleding mee en dan dit haha. Ik heb maar 1 t-shirt mee en geloof me, daar kan ik inmiddels (weer) soep van koken.


We moeten opnieuw klimmen en een bergpas over maar dat houden we nu even voor gezien. Ik zet de binnentent op in de bosjes in de schaduw, beschermt tegen de muggenhorror, opnieuw gaan we heerlijk slapen. Uren liggen we zo tussen de bosbessenstruiken en de berken, de rust doet ons beide goed. Toch wil ik wel weer gaan lopen, anders komen we niet ver. Ik voel nogsteeds de druk van een tekort aan hondenvoer, ook al hebben we nu voor een dag extra. Als de temperaturen zo hoog blijven hebben we waarschijnlijk niet genoeg aan één dag extra. Rond half 11 gaan we toch maar van start in de hitte, weer klimmen omhoog, maar ik voel een héél klein briesje opkomen en verwacht dat we boven worden getrakteerd op frisse berglucht. Mijn gebed slinger ik het universum in, ‘Lief, mooi, wonderlijk universum, alsjeblieft, geef ons wat wind!’ Hoe zwaar de klim ook is, de beloning is groot als het boven inderdaad hard genoeg waait om geen last meer te hebben van de hitte. Het is 27 graden, niet te geloven toch? Het pad vervolgt langs de zijkant van een berg met links van ons wederom een prachtig meer met aansluitend een deltagebied. Het water kronkelt in mooi gevormde bochten door het landschap heen, de klim van daarnet ben ik opslag vergeten. Hier ff pauzeren is geen straf, haar in de wind, Taka een bullenpees, ik een karamelreep boordevol suiker, genieten met een grote G. We komen een Deen tegen waar ik een kletspraatje mee hou. Hij vertelt over de beren in dit gebied en dat hij verderop een uit elkaar getrokken rendier heeft zien liggen. Oh, is dit het berengebied al? Shit! De opwinding hierover giert meteen door me heen. Van nu af aan moet ik opletten op berenpoep en Taka bij me houden. De Deen vind het ook spannend maar we gaan er allebei maar vanuit dat het wel veilig zal zijn hier.
Onderweg kom ik nog meer genietende mensen tegen, die gewoon maar voor zich uitstaren over de delta beneden en blij met me delen hoe mooi het hier is. Jaaaaa! Zo mooi! Helemaal mee eens!


Rond half 1 komen we eindelijk weer bij een beek om af te koelen. Taka duikt meteen het water in en gaat er languit inliggen. Er is veel schaduw dus een mooie plek voor een lange pauze, heerlijk met het geluid van stromend water erbij. Er komt een Zweed langs die ook gaat lunchen en vraagt of hij erbij mag komen zitten. Zijn rugzak is enorm, hij draagt hoge regenlaarzen tot zijn knieën tegen de muggen. Dat hij überhaupt laarzen mee heeft! Sowieso is hij lang en hij heeft de mooiste handen die ik ooit heb gezien. Met zijn bruin getinte, lange slanke vingers, snijd hij de verse knoflook fijn op de kaft van zijn boek. Om zijn pols draagt hij een houten kralenketting. Die handen! Ik kan niet stoppen ernaar te kijken. Hij haalt een gesmolten pak boter uit zijn tas en ruikt eraan of het nog goed is. Ik moet lachen om wat hij allemaal mee heeft maar wat hij ook maakt, alleen die knoflook is al een feestje om te ruiken! We kletsen wat en lummelen wat, Taka ligt heerlijk te slapen naast de beek in de schaduw. De Zweed is ook in Abisko begonnen én op de Skierffe geweest. Hij zegt dat het uitzicht vanaf de Skierffe het mooiste uitzicht is van Zweden omdat het zo uniek is, ik geloof hem meteen.


Hij pakt eerder zijn boeltje dan ik, ik vind het bijna jammer haha. Maar het is ook goed, in deze warmte zijn we allebei zeer traag en hou ik graag het voor ons haalbare tempo aan. Anderhalf uur later gaan we toch maar weer lopen. Het is op het heetst van de dag en is dan ook geen succes. Taka kruipt tegen elk rotsblok aan waar maar 1 mm schaduw te vinden is, het is een ramp. Ok, dit moet anders, wat kan ik doen? Ik besluit naar een open plek boven op een heuvel te lopen waar de meeste wind is, daar zet ik de tent op en gaan we blijven zolang het nodig is. Taka kan hierdoor in de schaduw van de tent liggen, ik lig muggenvrij in de binnentent. De uren strijken voorbij, ik doe niks anders dan voor me uit turen, het prachtige dal in, een tukkie doen, beetje schrijven of gewoon helemaal niks. We zijn net over de helft van de route naar Pårte, we hebben dus zeker nog wel een stuk te gaan. Na Pårte wacht ons het laatste stuk van 16 km naar Kvikkjokk. Daar wil ik echt morgenavond aankomen anders is het voer op.


Het is 19.30u als we vertrekken van onze schuilplaats, de temperatuur daalt heel langzaam, het is 21 graden ipv 27. Kijken hoe ver we komen vanavond. We moeten voor de zoveelste keer over een stalen hangbrug, dit keer met een enorme steile trap omhoog en aan de andere kant weer omlaag. Ook de trap is open en absoluut niet gemaakt voor hondenvoetjes. Desondanks loopt Taka dapper voorop en weet hij wat de bedoeling is. De trap is nog het meest heftig, zo steil! Hij kijkt me aan voor een bevestiging, moeten we hier omhoog? Ja lieverd, ga maar, het is goed. Dat zijn de toverwoorden, alles wat gek, spannend, anders is, en in mijn beleving veilig of ok, is goed. “Het is goed.” Zo simpel, en zo belangrijk voor een hond die het vertrouwen in zijn begeleider zoekt, de bevestiging dat het inderdaad goed is en het vertrouwen in mij dat ik weet wat ik zeg en dat het klopt. En met die drie simpele woorden klimt hij de trap op die bijna loodrecht omhoog gaat. Hij blijft me verbazen, met zijn lef, zijn eeuwige motivatie en het vertrouwen wat hij in me heeft en daardoor alles maar doet. Dit is het rijkste wat je maar kan ervaren in de band met een dier, blindelings vertrouwen in elkaar. Ik ben er elke dag weer dankbaar voor en tijdens deze reis word dat vertrouwen iedere keer weer bevestigd, met enge bruggen waar we doorheen kunnen kijken naar het kolkende water onder ons, gekke mensen met enorme rugzakken, in een tent slapen, klauteren over de rotsen, elke dag op een andere plek zijn, het maakt niet uit wat het is. Vertrouwen in elkaar is het hoogste goed!


Rechts van ons is de wand van de Favnoajvve berg waar de zon net achter is verdwenen, dit zorgt ervoor dat we een heel stuk in de schaduw lopen, echt een verademing! Eindelijk kunnen we even doorlopen. Het laatste stuk in de schaduw gaat over een ontplofte bergkam, keien zo groot als skippieballen, watermeloenen en alles wat groter en kleiner is dan dat, tot meters aan toe. Jezus wat is het zwaar! De aroma’s uit mijn zweetklieren komen me wederom tegemoet. Op de kaart zie ik dat we naar beneden gaan vanaf hier, dat we in het bos komen en dat er een brug komt en waar een brug is, is water. Dat wordt het doel, een plekje aan een rivier. Ondanks de vermoeidheid kan ik nogsteeds genieten van het uitzicht. De kale bergen met iets lager de boomgrens met dennen die stekelig de lucht in reiken en beneden in het dal een meer. Zullen er beren zitten? Ik ga er vanuit dat ze niet op de open vlaktes zitten maar meer in het bos en bij het water. Hoe dan ook, ik zou het tof vinden er één te zien. Na een paar minuten uitpuffen gaan we de afdaling beginnen. Taka is aan de lijn, wat niet fijn loopt want hij gaat sneller dan ik. Maar hij past zich zo onwijs goed aan, steeds als ik zeg ‘wacht ff…’, dan staat hij stil en wacht hij met engelengeduld. ‘Wacht ff…’ zijn de meest gesproken woorden tijdens het lopen haha. Als de lijn op spanning komt te staan terwijl ik al mijn energie nodig heb om in balans te blijven tussen de keien, hoeft er weinig te gebeuren of ik flikker onderuit. Onze samenwerking is daarom van uiterst belang, ik wil graag voorkomen dat ik die alarmknop moet indrukken hier in de middle of nowhere. Maar we zijn een topteam! Op sommige stukken waar het te link is moet hij achter me lopen, zodat ik mijn handen vrij heb en me volledig kan concentreren op het pad. En ook dat snapt hij als geen ander. Het lijkt eindeloos te duren voordat die rivier opdoemt, ik hoor em wel maar zie em niet. Mijn voeten doen zeer, elke spier in mijn voeten, onderbenen en bovenbenen is overbelast. En ja, de signalen zijn overduidelijk, ik moet stoppen, maar er is nergens een vlak stuk waar de tent überhaupt kan staan. Honderd meter voor de rivier zie ik een perfecte kampeerplek, vlak, omringd door bomen en het allerfijnst, aan het water! Taka spot dezelfde plek en wil vooruit lopen maar ik kan niet meer, de laatste honderd meter is teveel. Een zenuw in mijn schouder doet pijn en straalt uit door mijn hele arm naar mijn hand. Oops, ben ik te ver gegaan? Ik moet ademen, ademen! Ik buig voorover zodat het gewicht van de rugzak op mijn rug ligt en mijn schouders kunnen ontspannen, ademen, ademen… De pijn trekt langzaam weg, in mijn ooghoeken zie ik Taka al op ons plekje liggen. “Ik kom er aan lieverd, vrouwtie moet eerst ademen!” Strompelend maak ik de laatste meters, alles doet zeer, voeten, tenen, schouders, benen en dan ook nog die verdomde jeuk. Maar we zijn er, op een topplek, in het bos met de beek naast ons. Alleen nog de tent opzetten en dan lekker slapen…. Alles is goed zolang de rugzak maar af kan…en af kan blijven!

True Nature TrailsTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



Over op plan B?


Het is fijn om weer bereik te hebben, contact met het thuisfront en onder de mensen te zijn. Vandaag doen we helemaal niks. De wandeling met Taka is alleen voor het hoog nodige, poepen en piesen en verder slapen. Dat doet hij dan ook, hij ligt languit op onze kamervloer, kruipt zelfs op bed, van mij mag ie. Hij voelt zich fijn en veilig hier waardoor ik makkelijk even weg kan naar het gemeenschappelijke gebouw. De Ieren zijn klaar voor vertrek, één van hen gaat naar huis, John en de ander gaan door. We nemen afscheid, ik weet dat ik ze nooit meer ga zien en voel me er een beetje sentimenteel bij, al laat ik daar naar hun toe niks van merken. Ik schrijf wat en lig vooral veel in bed, de vermoeidheid heeft zich in elke vezel van mijn lijf genesteld en ik besef dat het misschien net even teveel is geweest allemaal. Heb ik wel genoeg aan 1 rustdag? En Taka?


Het is 14u als ik wakker word en opeens besef dat ik hier een doos met voeding naartoe heb gestuurd. Laat ik maar even naar de receptie gaan. Daar blijkt dat mijn pakket niet is aangekomen. Dat scenario was nog niet in me opgekomen aangezien de PostNL-meneer me vorige week heeft verzekerd dat dit pakket op het punt stond geleverd te worden. Het is vrijdagmiddag, ik heb weinig andere keus dan op plan B over te schakelen, die ik op dit moment nog moet bedenken. In de winkel is alles qua voeding voorradig voor mij, maar hondenvoer is er niet. Ik heb dus een uitdaging. Waar is de dichtstbijzijnde plek waar ik hondenvoer kan kopen? Dat blijkt in Gällivare. Daarvoor moet ik weer met de boot terug naar de overkant en vervolgens twee uur met de bus. Naar de supermarkt en de hele reis weer terug. Aangezien ik vandaag echt wil rusten, wil ik morgen op 1 dag heen en weer. Morgen zouden we weer verder lopen maar dat gaat dan dus niet. Dan blijkt dat ik niet op 1 dag heen en weer kan, het is morgen zaterdag waardoor er maar 1 bus rijdt. Dus zondag pas terug? Dan ben ik nog een dag kwijt!  Ok, plan de campagne. Kan ik vandaag nog daarheen en daar dan ergens slapen? De receptioniste is super behulpzaam, ze belt een hotel in Gällivare waarvan ze weet dat honden welkom zijn en verteld me dat de bus over een half uur vertrekt. Als een bezetene ga ik naar mijn kamer, pak het hoognodige voor 1 nacht weg, prop alles in mijn rugzak die ik hier achterlaat en haast ik mezelf naar de boot. Een half uur later zit ik inderdaad in de bus, aan het bijkomen van al het gehaast. Op zich best lekker, beetje turen, schrijven, de komende twee uur even niks.


Gällivare is een echt mijnwerkers stadje. Het doet een beetje Russisch aan, oostblokachtig, het voelt een ieder geval niet Zweeds. Overal zijn goedkope arbeidersflats gebouwd, rondom het station, het is niet veel soeps. Het Quality Hotel Lapland ligt aan het plein van de bushalte en ziet er luxe uit. Persoonlijk zou ik er nooit voor kiezen, ik geef niks om luxe. Kost allemaal geld op niks af. Ik krijg een kamer in een achteraf hoekje, met uitzicht op de parkeerplaats en een enorme luchtbehandeling installatie. Dus dit is de kamer waar je met een hond mag? Ik ga meteen door naar de supermarkt die nog open blijkt te zijn en vraag aan de receptioniste of het veilig is dat ik Taka buiten vastbind. Ja, zegt ze, mensen hier zullen niet snel op een hond afstappen, daarnaast is het een klein gehucht. Ik neem mijn bordje voor Taka mee en loop door de armoedige straten, het is nog geen vijf minuten lopen. Aan de overkant staat een bankgebouw met een hekwerk eromheen en een keurig onderhouden tuin. Ik besluit Taka achter dat hek aan een boom te binden, zijn bordje prik ik in de grond, “Please, do not come close! Thank you!”. Tot nu toe heeft het super gewerkt en nemen mensen het uiterst serieus. Op verschillende plekken ben ik er over aangesproken, of hij zo agressief is. Nee, alles behalve dat, ik wil hem gewoon beschermen tegen mensen die hij niet kent, die hem zo graag willen aaien, hij zit daar namelijk niet op te wachten en zeker niet als ik er niet bij ben, dan vertrouwt hij simpelweg niemand. En dan is er alle begrip en zijn mensen blij dat ik het op deze manier doe. Ik vind het retespannend om hem hier achter te laten, ook al is Taka er helemaal ok mee. ‘Ik ben zo terug’ is voor hem de link dat het ok is, hij vertrouwd er blindelings op dat het maar voor even is. Het zijn waardevolle woorden waar hij op kan bouwen, altijd en overal, dat maakt dat hij overal even alleen kan zijn. Ik cross door de supermarkt heen, op zoek naar hondenvoer. Koop meteen wat van die paté bakjes voor hem om het lekker te maken en een paar repen chocolade voor mezelf. Binnen een paar minuten ben ik weer buiten en zie ik hem relaxed in het gras liggen. Wat een schat is het ook! Ik ben zo trots op hem!
We lopen langs een pizzeria waar ik een enorme pizza bestel die ik op onze kamer opeet hmmmm! Dan nog ff douchen, er is een spa en sauna en weet ik wat niet meer, maar ik ben te moe en wil Taka niet alleen laten. Ik kruip dus om half 9 al in bed.


Sinds ik weg ben heb ik nog geen normale nacht gemaakt, ook nu niet in het hotel. De kamer is veel te warm voor Taka met als gevolg dat hij de hele nacht heeft liggen hijgen. Er is 1 groot raam, die heeft de hele nacht wijd open gestaan, maar buiten, aangrenzend aan onze kamer, staat een enorme installatie van de luchtbehandeling en die maakt behoorlijk lawaai. Het raam dicht was voor Taka geen optie, het raam open zorgt voor lawaai, tja, keuzes. Ondanks dat heb ik wel een paar uurtjes diep geslapen. Het ontbijt is inbegrepen dus nadat ik Taka heb uitgelaten, val ik aan. Er is heel veel biologisch, ik neem veel fruit, noten, zaden, havermout, granberries en dat soort dingen. En een pannenkoek met maple siroop toe. Goddelijk! Voor de lunch maak ik ook meteen een pakketje, daarnaast hou ik een appel, kiwi, banaan, peer en twee mandarijnen op voorraad voor onderweg, écht fruit!


De bus terug vertrekt om 9u, heerlijk op tijd. Dit keer een goeie relaxte gast, ik mag achter de chauffeur waar 3 stoelen zijn en een plateautje met veel ruimte voor Taka. Voor het eerst zie ik elanden waar we voor moeten remmen, ze steken met een heel groepje de weg over, zo gaaf! Helaas ben ik te laat met mijn camera. Verder zit ik in de bus lekker te schrijven. Terug in Saltoluokta post ik nog een blog, koop ik mijn eten in voor de komende dagen, weeg ik Taka’s voer af en pak ik opnieuw mijn rugzak in. Opnieuw 25 kilo, waar begin ik aan? Toch heb ik er weer zin in, vandaag stond officieel 20 km op de planning maar dat gaan we niet doen. Het is bewolkt, 11 graden, wat willen we nog meer? Het pad loopt eerst deels door wat berkenbos omhoog tot een open vlakte. Er zijn zomerpaden en winterpaden, het zomerpad wordt aangegeven met een rode stip, de winterpaden zijn voorzien van hoge paaltjes met een groot rood kruis erop die ook in de winter boven de sneeuw uitkomen. Ik vind het pad slecht aangegeven of het is mijn vermoeidheid waardoor ik het gewoon niet zie. Op de open vlakte zegt mijn gevoel me dat we verkeerd lopen. Ik pak de kaart erbij en voel dat het niet klopt, waar het pad dan wel is, weet ik ook niet. Inmiddels zijn we al anderhalf uur aan het klimmen, puf ik het uit en ben ik niet blij met deze verdwaalactie. Ik besluit terug te lopen naar waar ik het winterpad voor het laatst heb gezien en volg vanuit daar weer het winterpad. Op de kaart kan ik zien dat het zomer- en winterpad elkaar weer zullen kruisen dus dat komt wel goed. Ik schrik van de hoeveelheid erosie op het winterpad, hele stukken grond lijken weggevaagd. Het klimmen ervaar ik als zwaar, mijn monkeymind wordt geactiveerd en verteld me dat ik misschien maar beter terug kan gaan? Allerlei argumenten komen voorbij, dat ik de reis moet afbreken, het ene stemmetje tettert nog harder dan de ander. Maar ik loop door, alweer nat van het zweet. Achterom kijkend zie ik het meer tussen de bergen liggen, voor Saltoluokta. Ik zie 3 mensen in de verte lopen, zij lopen wel op het zomerpad, het geeft me een goed gevoel, dat ik juist heb gehandeld. Ik kom inderdaad weer op een kruising, waar het zomer- en winterpad elkaar kruisen met een bordje waarop staat dat we al 3 kilometer hebben gelopen, daar hebben we dus twee uur over gedaan. Ach, we hebben geen haast. Het genieten gaat voor op de snelheid, de hoeveelheid km’s per dag laat ik vanaf nu los, Taka wordt de kilometerteller.


Eenmaal boven hebben we het ergste gehad qua klimwerk, voor ons strekt een vallei zich uit, we lopen tussen twee bergkammen in én we gaan langzaam naar beneden, de zwaartekracht doet zijn werk, heerlijk. Nu hebben we de gang erin. Wederom zien we een groepje rendieren, Taka gaat weer helemaal flippen. Het pad is redelijk vlak met weinig keien, eindelijk! Na 8 km, waar we vier uur over hebben gedaan, komen we bij Autsutjvagge aan, een schuilhut, waar ook bordjes staan dat we nog 11 km van Sitojaure verwijderd zijn. Hier maak ik mijn avondeten klaar en zitten we binnen beschut tegen de harde wind voor een lange pauze. Er ligt een gastenboek in waar ik mijn naam in schrijf en er is een houtkachel in geval van nood. Dit soort hutjes staan langs de hele Kungsleden en zijn bedoeld voor noodgevallen als het weer omslaat. Na de break lopen we nog ongeveer twee uur door, dan is mijn lijf er klaar mee, mijn enkels doen zeer, Taka verspert steeds de weg als stopteken dus tijd voor het opzetten van de tent. We vinden een plekje uit de wind achter een heuvel en zodra ik zijn rugzak afdoe begint hij als een malle rondjes te rennen over het met mos bedekte maanlandschap. Alsof de afgelopen zes uur nog niet genoeg energie hebben gekost haha. Als hij zo blij is, ben ik het ook. Meteen daarna volgt zijn diner waar hij zichtbaar van geniet. Inmiddels is de hemel weer helemaal blauw en schijnt het zonnetje, het is 12 graden als ik om kwart voor negen de tent in duik. “Kom je ook in het mantie liggen Taka?” Hij bedenkt zich geen moment, springt de tent in en rolt zich op tegen mijn benen. Hoe rijk kan het leven zijn?


Om 5 uur worden we wakker in complete stilte, de hemel is blauw maar tot mijn schrik zie ik één verse chemtrail, zelfs hier dus, stelletje malloten. Te bizar voor woorden. Het zonnetje schijnt volop, heerlijk om zo wakker te worden, met niets dan bergen om ons heen. Ik ga op een steen zitten met mijn ogen dicht, mijn huid wordt direct verwarmd door de ochtendzon, om me heen hoor ik wat vogeltjes kwetteren. Wat een rust, wat een leegte, toch voel ik me nooit eenzaam, dit is ultiem genieten. Na mijn ontbijt ruim ik de tent op, Taka ligt als een bolletje wol in een kuil. Zal het weer zo warm worden vandaag? We vertrekken om 7 uur, de eerste uren tijdens het lopen zijn redelijk vlak, ff geen geklim en geklauter. Taka loopt na anderhalf uur voor mijn voeten, het teken dat hij zijn portie voor vandaag wel weer heeft gehad. Het weer zit ook niet mee want de 25 graden halen we met gemak. Zelf word ik er ook niet blij van, het is gewoon te warm, daarnaast staat er geen zuchtje wind wat ook betekent dat de muggenparade weer op dreef is. Drie jonge blonde meiden komen ons tegemoet, ik schat ze begin 20. Taka steelt weer de show, één van de meiden vraagt: “Are you the one carrying 25 kilo’s?” Yes, that’s me. Ze zijn de Ieren tegengekomen, in Aktse, die uitgebreid over mij hebben verteld. Ze verzekerden de meiden dat ze me hoe dan ook tegen zouden komen. Die John, goeie gast, opeens mis ik hem, de gezelligerd. Zo leuk om te merken dat je ondanks de kilometers die er inmiddels tussen zitten toch aan elkaar denkt. Waarschijnlijk zien we elkaar nooit meer, zeker nu ik weet hoe ver ze al zijn. De meiden vragen of er een rivier op komst is omdat ze geen water meer hebben. Ja, de rivier wacht op jullie. We zeggen elkaar weer gedag en gaan ieder ons eigen weg.


Het gebied lijkt een beetje op de Hardangervidda, alsof we hoog op een plateau lopen met veel vergezichten. Het laatste stuk gaat weer omlaag en brengt ons wederom in een berkenbos. De berken zijn goed vertegenwoordigd in Zweden. Het is bloedheet, Taka kan nu eindelijk schuilen in de schaduw van de bomen. Rond 10u komen we aan bij de hut van Sitojaure. Een gepensioneerd stel runt hier de boel voor 6 weken, elk jaar passen ze op een andere hut, mooi systeem. De hut staat aan het water van het gelijknamige meer, het is er wederom prachtig. Hiervandaan moeten we naar de overkant om onze weg te vervolgen, dat betekent 5 km roeien of met de speedboot met Anna. De keuze is snel gemaakt, ik loop langs de kant van het water richting de steiger, die net voor het huis van Anna ligt. Niet te geloven wat een plekje! Een houten hut geverfd in helderblauw, pal aan het water. Anna zit samen met een klusser en haar zoontje van 6 aan de koffie, haar Mexicaanse naakthond dwarrelt rond met de staart tussen de poten.  Anna verteld me dat ik de boot van 9u net heb gemist, om 17u gaat de volgende. Als ik eerder wil kost het me 450 kroon (ipv 300 kroon) en oh ja, voor Taka is het 50 kr (100 kroon is ongeveer 10 euro). Prima, ik ga de rest van de dag wachten. Ik kan me er niet druk om maken, een beetje rust kan ook geen kwaad. Ik vraag haar of ze er bezwaar tegen heeft dat ik met mijn drone ga filmen en foto’s maken en dat is geen probleem. Ik maak een luchtfoto van haar idyllische plekje en zit heerlijk in het zonnetje op de steiger. Dan komt ze naar me toe met de vraag of ik de boot wil filmen vanuit de lucht. Ja hoor, prima. En opeens wil ze de oversteek maken buiten de normale tijden om haha. De kale Mexicaan en haar zoontje gaan mee op de boot, Taka ligt op de grond, inmiddels gewend aan vaartochtjes. Het water is kraakhelder en ondiep, ze moet een bepaalde route varen om niet te botsen met keien of vast komen te zitten in de bodem. Aan alle kanten springen vissen op uit het water, het zoontje wil zijn hengel uitgooien. En dus gaat de motor uit en wordt er gevist. Meteen de eerste keer is het al raak, het arme dier spartelt met die enorme haak in zijn bek. “Gaan jullie die opeten?” Ja, die gaat in de pan. Ze houdt de vis behendig vast en haalt de haak uit zijn bek. Dan slaat ze met de kop een paar keer tegen de rand van de boot en blaast de vis zijn laatste adem uit. Ik zit er bij en kijk er naar, me inlevend wat de vis de laatste minuten van zijn leven heeft gevoeld, ik vind het maar niks. Maar gelukkig is ie nu dood.


We varen door naar de overkant, ondanks het visritueel vind ik het leuk om zo met de locals te zijn. Aan de overkant kom ik er achter dat ik een geheugenkaart kwijt ben, toen ik net de foto’s op haar computer heb gezet. Shit! Daar staat héél veel filmmateriaal op! Het kan niet waar zijn! Ik zoek in alle zakken en haal mijn rugzak leeg maar geen geheugenkaart te vinden. Anna belt met een walkietalkie naar huis maar niemand beantwoord de lijn. We spreken af dat ze terug gaat en gaat zoeken. De walkietalkie laat ze bij mij, als ik em vind kan ik haar bellen en andersom. En daar gaat ze weer, vol gas het meer op. Taka duikt in de schaduw, ik ga mijn lunch maken. Er komt een Duitse jongen, die iets verderop in een tent heeft geslapen, aanlopen om zijn afwas te doen, Taka gaat luid tekeer bij dit onverwachte bezoek. Hij ziet dat ik baal vanwege mijn geheugenkaart. Maar net als ik in mijn lunch begin te roeren zie ik mijn geheugenkaart liggen en ik ben zoooo blij dat ik die Duitser wel om zijn nek wil vliegen! Maar net op tijd bedenk ik me dat ik hem nog maar 1 minuut ken en hou ik me in. Ik pak de walkietalkie en druk de grote zwarte knop in; “Anna, can you hear me?” Een krakend en piepend geluid geeft aan dat er verbinding is, de vlag mag uit, de geheugenkaart is terecht! Er staan andere mensen aan de overkant dus Anna komt terug met de boot. Ik heb niet meer dan 140 kroon contant, ik had nog niet betaald en voor haar is het goed zo. Tja, mooie deal lijkt me, zij mooie luchtfoto’s, ik voor de helft.


De Duitser wijst me op een kortere route naar een bepaalde bergtop, de Skierffe. Dat is ook mijn volgende bestemming dus ik ben blij met zijn tip. Het is ‘maar’ 8 km naar Aktse, de hut na Skierffe, maar met de klim naar de Martevárásj in ons vooruitzicht, weet ik al hoe laat het is. Inmiddels is het al half 2, hebben we pauze gehad en een tukki gedaan, eigenlijk is het te warm om te lopen maar met stilstand komen we ook niet ver. En we hebben maar beperkt eten mee dus zoveel dagen meer kunnen we er ook niet over doen. Er staat ons een helse klim te wachten, zeker 350 hoogtemeters, steil met stenen, gruis en een brandende zon. We doen er twee uur over eer we boven zijn, helemaal kapot. We slaan het hoofdpad af, de open vlakte op, de shortcut naar de Skierffe. Best spannend om de gangbare route te verlaten en voor mijn gevoel op het dak van de wereld te lopen als twee nietige wezentjes in deze immense weidsheid. Tijd voor een lange pauze met mijn rug tegen een enorm rotsblok aan, met voor ons het uitzicht in het dal waar Sitojaure ligt. Jeetje, dat hebben we allemaal gelopen! En de bergen erachter, daar komen we vandaan! Niet normaal, wat een indrukwekkende route. Eigenlijk zijn we te moe om verder te lopen, maar hier blijven voelt ook niet goed. Ik hoop op nog een rendiergewei maar vind alleen een schedel en wat botten, helaas. De shortcut is fijn en loopt makkelijk op gras en mos met hier en daar een kei. Maar het laatste stuk is weer enorm bikkelen en gaat steil omhoog tussen keien. Weer meer dan 200 hoogtemeters maar het uitzicht is fenomenaal. De laatste etappe naar de top bewaar ik voor morgen, het is nu toch zwaar bewolkt, het licht is niet mooi en we zijn simpelweg te moe dus zetten hier op 1100m hoogte de tent neer. Het is 18u als we de tent in kruipen….we zijn gesloopt….

True Nature TrailsTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



De val in de rivier…


4 juli
Als we wakker worden om half 5 is het behoorlijk fris maar ik zie een klein beetje blauw door het wolkendek heen komen. En het is droog, yes! We, of althans ik, hebben niet best geslapen, boven op de hobbels van de struiken en ook nog scheef waardoor ik steeds van mijn matje afgleed. Maar het mocht de pret niet drukken, dat we droog waren was het belangrijkst. We zijn een paar uur van Singi verwijderd, de volgende halte is Kaitumjaure. Ik besluit eerst een stuk te gaan lopen en pas te ontbijten als mijn lijf erom vraagt. Het waait hard, ik kan niet eens mijn ontbijt maken in de wind. Pas als we bij een enorm rotsblok komen waar we achter kunnen schuilen, is het tijd voor ontbijt. Taka gaat meteen weer slapen, hij is gewoon moe. Zijn rugzak zit er weer bij mij in, tijdens het ontbijt masseer ik zijn gespierde pootjes om hem wat extra te verwennen. Taka heeft het echt een beetje gehad, hij heeft meer tijd nodig om te rusten. Ik heb me überhaupt verbaasd over zijn conditie. Hij is ook echt wel een doordouwer maar ook hij heeft zijn grenzen. En die zijn bereikt.


De vegetatie veranderd langzaam, van de open kale bergvlaktes komen er weer bomen in zicht. Om 8.30u komen we in Kaitumjaure aan, helemaal kapot en de dag moet nog beginnen. Een grote Berner Sennen hond zit voor de hut, de host staat er naast en verwelkomt ons. Ik wil maar één ding, rusten, ergens binnen in de warmte mét Taka. We mogen in een hut waar honden welkom zijn. Ik ben lid van de Svenska Turistföreningen, soort van toeristenvereniging, en dat geeft me het privilege om gebruik te mogen maken van de hut. Er zit een Duits stel in de hut met een terriër, het hondje is het niet eens met Taka zijn komst. Zijn gedrag zal Taka een worst wezen, Taka gaat liggen en negeert de zenuwlijer. De man ligt nog in bed, er zijn 3 stapelbedden, ik kies er één in de hoek. Eerst ff een pot thee zetten, dat heb ik wel verdiend, daarna haal ik mijn slaapzak eruit en kruip in bed, wat een weelde! Taka ligt onder mijn bed, ook hij is snel vertrokken. Ik hoor de Duitsers niet eens vertrekken. De uren nadat ik wakker word ben ik tot niks in staat. Ik lig, lig en lig, ben niet eens in staat tot nadenken of schrijven, gewoon even helemaal niks. De hut is eventjes ons eigendom, de meeste mensen komen het einde van de dag pas aan, heerlijk om even deze luxe te hebben.


Rond half 3 vertrekken we voor de laatste 9 km naar Teusajaure, werkelijk een slopende route. We doen er vier uur over, het staartje is een steile afdaling van heb ik jou daar. De host verwelkomt me met een glas limonade, het zweet guts langs mijn lijf. “Daar zijn jullie dan! Is het goed gegaan? Ik wist dat jullie zouden komen.” De Duitsers hadden al aangekondigd dat we ergens vandaag nog aan zouden komen en dat we erg moe zijn. De limonade is dan ook echt een geschenk uit de hemel. Ik heb de laatste boot gemist naar de overkant maar ze zijn zo lief om ons alsnog de lift te geven. Aan de overkant wil ik de tent neerzetten. Het korte bootritje is heerlijk met de wind in ons gezicht. Taka is inmiddels helemaal gewend aan varen en springt graag een bootje in.


Aan de overkant begint Stora Sjöfallets nationaal park, we gaan een nieuw stuk natuur in. We lopen een kilometer en zetten dan de tent neer in het bos, in muggenwalhalla, het is 12 graden. We zijn allebei zo moe, gedachten vullen mijn hoofd over de kilometers die nog gaan komen en of hetwel haalbaar is, misschien toch niet de hele route lopen? Taka staat op nummer 1, zolang hij geniet en plezier heeft vind ik elke afstand prima, maar voor nu blijkt de 20 km per dag teveel voor hem en voor mezelf is de 25 kilo bagage ook krankzinnig. We gaan er een nachtje over slapen, eerst de rustdag in Saltoluokta en dan zien we wel weer verder.


Het eerste waar ik aan denk als ik wakker word is de verjaardag van mijn oma. Voor het eerst is ze op deze dag niet meer in haar fysieke lichaam aanwezig. Ik vraag me af of ze me ziet, of ze mee geniet van mijn reis en van boven ziet waar Taka & ik zijn. De gedachte voelt fijn. “Gefeliciteerd oma! Ik hoop dat je het fijn hebt waar je bent.” Het is windstil, ons tentje wordt omringd door de stilte van het bos, het is half 5. Ik voel me brak en heb heel veel spierpijn, ik hoor nog net mijn botten niet kraken. Toch wil ik opstaan en gaan lopen om de bus te halen van Vakkotavare naar Kebnats. In Kebnats nemen we namelijk de boot naar Saltoluokta en daar wacht ons een rustdag. Oooh wat verlang ik naar die rustdag! Maar eerst hebben we nog 16 km te gaan. Terwijl ik mijn spullen inpak en de tent helemaal leeg is, kruipt Taka kruipt weer in de tent, hoe duidelijk kan hij zijn? Hij wil maar één ding, slapen! Sorry lieverd, we gaan echt aan de wandel, des te eerder we er zijn, des te eerder hebben we rust.


Eerst weer 2 uur lang klimmen, ik word er niet blij van. Wederom is het zwaar met alleen maar keien, ik denk alleen maar aan Saltoluokta, waar we een rustdag zullen hebben. Ik kan aan bijna niks anders denken. Nog 16 km en dan…. Tijdens het klimmen hoop ik elke keer dat ik boven ben, of bijna, maar telkens lijkt de heuvel weer een stukje hoger, en weer en weer. Ik probeer mezelf tot de orde te roepen dat ik in het moment moet blijven, moet genieten van hier en nu, maar het lukt me niet. De aroma’s uit mijn oksels komen me al een paar dagen tegemoet. Af en toe komt er zo’n walm langs mijn neusvleugels, volgens mij wordt het tijd voor schone kleding en een douche.


Er staat een bordje op het pad met ‘Bro’ en een pijl naar rechts, maar ik negeer het want ik weet niet wat het betekent. Zal het betekenen dat je daar water kan halen? Ik zie daar namelijk een inham waar volgens mij een rivier is. Maar waarom staat dit bordje er dan opeens? Ik vind mijn logica niet logisch en laat het bordje voor wat het is. Niet veel later komen we in een enorme geul terecht met daarbinnen een rivier die in drie delen is gesplitst, met andere woorden, in die geul moet ik drie rivieren naast elkaar door. Het ziet er niet uitnodigend uit, althans twee van de drie. Het water te wild, de bodem te diep, hoe gaan we dit doen? Met mijn wandelstokken en mijn barefoots begin ik bij deel 1. Ik loop langs de kant om een geschikte plek te vinden maar het valt niet mee. Uiteindelijk moet ik gewoon gaan, nergens is het minder eng, ik moet er gewoon aan geloven. Taka volgt mijn voorbeeld, gelukkig gaat het goed. Het middendeel is het minst breed en spannend, het laatste deel daarentegen het engst. De rotsblokken staan net iets te ver uit elkaar, hoe dan ook moet ik door het water, mijn broekspijpen zijn tot kniehoogte opgerold. Natuurlijk lukt het ons, als we aan de overkant zijn voel ik me trots, dat hebben we toch maar even geflikt samen! Dit zijn nou leuke filmmomentjes maar daar heb ik helaas de energie niet voor. De rugzak op en af doen probeer ik tot een minimum te beperken, het kost me teveel energie. Aan de overkant is sneeuw, Taka is meteen vertrokken voor een glijpartij. Als we weer naar boven lopen zie ik opeens mensen in de verte, ze lopen een brug over en het kwartje valt grrr…. Bro betekent dus brug haha, ik heb moeilijk gedaan op niks af, had dus om kunnen lopen en me de spanning kunnen besparen. Maar ach, achteraf was het leuk en ben ik blij dat we de avontuurlijke route genomen hebben. We did it!


Er volgt een uitgestrekte vlakte, het klimwerk hebben we zo te zien gehad, we gaan weer dalen. Een roodharige tweeling haalt ons in, twee Deense meiden die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, allebei zeer lang haar in een vlecht en een petje op. We maken een praatje, ze hebben gister 32 km gelopen en zijn ook over hun grenzen gegaan, het was een beetje teveel van het goeie. Tja, dat geloof ik! Één van de twee zegt dat ze haar hond mist en dat kan ik me ook helemaal voorstellen. Ik ken het gevoel, toen ik in 2013 voor het eerst zo’n reis maakte als deze maar dan in Noorwegen, miste ik ook mijn twee Turken, Sjors & Sjimmie, die een jaar daarvoor over de regenboogbrug waren gevlogen. Hier hoor je gewoon met hond te zijn!


De afdaling naar Vakkotavare ligt voor ons, daar gaat de bus naar Kebnats. Eigenlijk iedereen die ik nu tegen kom wil de bus halen. Gelukkig hebben we ruim de tijd, het is rond 11u en de bus gaat om 15u. De Deense meiden en ik halen elkaar af en toe in, zo gaat dat hier. De één heeft pauze, de ander passeert en andersom. Wederom komt er een nare rivier die we over moeten. Het is duidelijk aan de paden te zien dat mensen op zoek gaan naar het meest makkelijke deel maar dat het lastig te beoordelen is. Ik snap niet dat hier geen brug is. Soms zijn er bruggen waarbij ik denk, ‘Is dat nou nodig hier?’ en soms ontbreken er bruggen waarbij ik denk, ‘Je moet mazzel hebben om veilig aan de overkant te komen.’. Ik loop naar het smalste stuk, de rest is gewoon te breed en te gevaarlijk. Maar ook hier is het net te breed voor 1 sprong. Ik ga op het puntje staan, richt me op mijn ademhaling, concentreer me en praat mezelf moed in dat het net moet lukken. Niet te lang twijfelen, gewoon gaan! Ik maak de sprong maar terwijl ik neerkom verlies ik mijn evenwicht door mijn rugzak die me uit balans trekt. Ik lijk achterover te vallen in de rivier en besef dat dat het meest slechte scenario is. Het zijn allemaal secondes maar ik beslis razendsnel, ik mag niet achterover vallen! En dus ga ik onderuit met één been in het water en val ik met mijn lijf zijwaarts op een groot rotsblok. Mijn hart bonkt bijna mijn lijf uit maar ik besef dat ik veilig ben. Pfff, ik heb het gehaald! Ik trek mijn been uit het water, wurm mezelf uit mijn rugzak om op te kunnen staan. Wat is dat pokkeding toch ook zwaar! Ik sleur mijn rugzak omhoog op de kant en probeer een beetje bij te komen. Taka is nog aan de andere kant, hij rent heen en weer op zoek naar de juiste plek, ook hij durft niet. Ik nodig hem uit naar dezelfde plek als waar ik ging en moedig hem aan. “Kom maar lieverd, hier kan het. Gewoon springen, het is goed.” En precies dat is genoeg voor hem, hij neemt de sprong als een leeuw door een vuurkorf. Wat een toppertje is hij ook! We zijn veilig aan de overkant. Ik wring mijn sok uit en mijn schoenzooltje, de rest van de middag loop ik te soppen.


De afdaling die volgt is hels. Zó steil, veel keien over een veel te lange afstand. Mijn spieren zijn not amused, mijn voeten al helemaal niet, die doen echt zeer. Aan beide grote tenen heb ik aan de buitenkant bloeduitstortingen, ook al heb ik ze al dagen ingetaped, de druk is gewoon teveel. Eenmaal beneden worden we beloond met tafels, telefonisch bereik yeah!, een zonnetje en 20 graden. Het is wachten op de bus die hier twee keer per dag langs komt. Vele backpackers komen hier aan, allemaal even bezweet en vermoeid, schoenen gaan uit, sokken worden over de reling gehangen, iedereen verfrist zich met het koude water uit de rivier ernaast. We hebben rust!


De buschauffeur is met zijn verkeerde been uit bed gestapt vanmorgen, wat een humeur zeg! Het busje heeft plaats voor 26 mensen, de aanhanger wordt gevuld met alle rugzakken. Niet iedereen kan mee, de rest moet wachten. Taka en ik gaan als eerste de bus in, ik wil zeker weten dat Taka een goed plekje heeft. Het is anderhalf uur rijden naar Kebnats maar na 3 kwartier worden we allemaal uit de bus gezet, de sacherijn schreeuwt dat we op moeten schieten maar niemand snapt wat de bedoeling is. Verbouwereerd staan we daar met zijn allen, direct aangevallen door de hongerige muggen. Het maakt mij allemaal niet zo veel uit wat er gaande is, het zal allemaal wel goed komen. Ik ben te moe om me er druk over te maken. Een jongeman komt naar me toe en vraagt of de bus al weg is. Ja, die rijdt net weg ja. Wat blijkt nou, hij gaat de achtergebleven mensen ophalen, daar wachten we dus op. Vervolgens gaan we met een grote touringcar verder, waar iedereen inpast, op naar Kebnats. Daar wacht een boot op ons, alles sluit mooi op elkaar aan.


Aan de overkant is de hut Saltoluokta. De hut ligt tegen de rand van een heuvel met uitzicht over het meer. Het is er druk aangezien deze hut makkelijk bereikbaar is voor dagjesmensen, het ligt aan de weg. Een grote tipi is gevuld met kinderen van een jaar of zes, allemaal zitten ze op een rendiervel op de grond. Blijkbaar word er voorgelezen ofzo. Ik vind het wel even fijn deze reuring. Ik krijg een 6 persoonskamer, gelukkig ben ik de enige, kan ik even acclimatiseren. Ik pik een bedje in, pak schone kleding en ga als eerste douchen. Wat een cadeau! Het warme water verwarmd mijn rillerige lijf, ik was mijn vette haar en voel me opeens zo licht als een zeemeermin. Wat is douchen toch fijn! Als vernieuwd kom ik onder de douche vandaan. De hut staat bekend om hun goede eten, ik trakteer mezelf dan ook op een 3-gangen diner. Even wat anders dan de kant en klaar maaltijden. Iedereen moet zich opgeven voor het diner, op een krijtbord wordt aangegeven wat je plek is, ik zit als eerste aan tafel. En wie komen daar dan binnen!? De drie heren uit Ierland die we in Singi hebben ontmoet. Ik ben blij verrast en ik geloof dat het geheel wederzijds is. Wat een leuke verrassing! Ik schat ze eind 50 maar in hun doen en laten zijn het net pubers, veel humor en een houding alla ‘lang leven de lol’.


Over het eten is niks teveel gezegd, hoge kwaliteit en culinair. Het voorgerecht bestaat uit gerookt rendiervlees op een soort deeg met granaatappel, een typische maaltijd uit de Sami cultuur. Ik schuif mijn vegetarische overtuiging even opzij, ik wil het graag proeven. Daarnaast weet ik hoe de rendieren leven, in vrijheid, en dat maakt dat ik overstag ga. John, die tegenover me zit, kijkt met glunderende oogjes naar de gevulde schaal op de grote gemeenschappelijke tafel waar het eten wordt opgediend. Ongeduldig wacht hij tot iedereen gehad heeft zodat hij nog een keer kan aanvallen. Ik moet lachen om zijn gulzigheid. Hij pakt nog drie stuks waarvan hij er twee aan mij geeft: hier, voor Taka! Hij pakt een servet, haalt het rendiervlees eraf en rolt het op in de doggybag. Wat een schat! Hij was degene die in Singi zo gek was van Taka. Het hoofdgerecht bestaat onder andere uit vis, ik schat in dat het forel is, vele soorten groenten, bietenburgers voor de vegetariërs en nog veel meer lekkers. Ik eet me tonnetje rond, het is een buffet dus het mag en kan. Ook nu vult John weer een rijke doggybag met vis, te lief gewoon. Hij vertelt ronduit over zijn eigen hondjes en de Duitse herder die hij vroeger had. Met zijn telefoon laat hij allerlei foto’s zien. Hij heeft een bepaalde kinderlijke onschuld over zich heen, maar ondertussen. Een echte levensgenieter, in zekere zin bescheiden maar ook gulzig en brutaal op zijn tijd. Ik mag hem wel. Het eten doet me goed, zo goed zelfs dat ik zit te knikkenbollen aan tafel, ik kan mijn ogen niet meer open houden. Ik excuseer mezelf, het toetje sla ik over, ik wil naar bed. De mannen hebben gister en vandaag hun rustdag gehad, morgen gaan ze weer verder. Ze snappen helemaal dat ik nu total loss ben. Met twee gevulde doggybags verlaat ik de eetzaal en wens iedereen welterusten. Taka ligt diep te slapen als ik onze kamer in kom maar voor de inhoud van de doggybags mag ik hem wel wakker maken, hij eet mijn vingers er bijna bij op. “Dit heb je aan John te danken lieverd! En zo verdiend!” We doen nog een laatste rondje buiten voordat we allebei in dromenland verdwijnen.

True Nature TrailsTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



Mijn wens wordt vervuld!


Om 5u de volgende ochtend worden we gewekt door hoefgetrappel van een groep rendieren die langs de tent denderen. Wauw! Wat een wake-up call! Taka schrikt zich helemaal rot en begint te blaffen. Met de noodgang rits ik de tent open en zie ik ze voor onze tent lopen, nog geen vijf meter bij ons vandaan, precies tussen de tent en het meer in. Ik ben meteen wakker, de adrenaline giert door me heen, dat ik dit mag meemaken! Door Taka’s geblaf gaan ze op de vlucht, ik wil het liefst Eveline roepen zodat ze het ook kan zien, tegelijkertijd wil ik juist stil zijn om ze niet verder op te jagen. Het is dezelfde kudde als gister, in een razend tempo lopen ze verspreid de heuvels over. Als Eveline de tent open ritst zijn ze al zo goed als uit zicht. Helemaal lyrisch vertel ik wat ze zojuist gemist heeft. Gister heeft ze de honderden rendieren ook gemist, toen stond ze al met haar tentje op deze plek. Ik ben binnen no-time klaar wakker. Taka wil eruit maar moet echt aan de riem, anders weet ik wel hoe laat het is. Eveline komt er ook uit, Sixten rekt zich uit en voegt zich meteen bij Taka, wat een schatje is hij ook! Fijn om te zien dat de honden zo op elkaar zijn gesteld. Sixten komt uit Spanje, heeft anderhalf jaar in een asiel gezeten en is sinds februari bij Eveline. Het is haar eerste hondje, ze zijn een super koppel! Allebei gaan we in onszelf aan de yoga en een beetje mediteren, de hemel is wederom blauw, zal het weer zo warm worden vandaag? We ontbijten samen en vragen ons allebei af, kan het nog mooier dan dit? Het plaatje is gewoon compleet, blije hondjes, leuk gezelschap, een paradijselijke omgeving, en zo meteen maken we ons klaar voor de klim naar boven. Het is nog lekker fris, 12 graden, ideaal voor fysieke inspanning. Eveline gaat eerst, we gaan ieder weer ons eigen weg, wetende dat we elkaar toch meerdere keren zullen passeren vandaag. De klim valt reuze mee, boven ligt veel sneeuw, zowel Taka als Sixten vinden het een feest. We hebben al vele sneeuwvlaktes gepasseerd en iedere keer duikt Taka erop, wrijft zich aan alle kanten in, bijt erin om vervolgens keihard te gaan rennen. Ik word er zo blij van om hem zo te zien genieten! Over het algemeen loopt hij los, zolang zijn neus niet gevuld worden met geuren van wilde dieren. Honden mogen niet los vanuit de Zweedse overheid, maar hee, zoveel ruimte en dan aan de lijn? Hij mag van mij de berggeit uithangen, zolang hij maar niet jaagt.


De Tjäktahut ligt aan de andere kant van de rivier, waar je met een enorme hangbrug over heen kan. Om op de brug te komen gaat er een steile ijzeren trap naar boven. Over de sneeuw loop ik naar de brug, ook de zijkanten van de rivier zijn nog bedekt met meters dikke lagen sneeuw, het ziet er zó woest uit met het water wat er tussendoor stroomt! Aan de overkant staan vele tentjes, zelfs een paar jongens die in hun nakie gaan skinniedippen in het ijskoude water, zij liever dan ik, hun gelach buldert over de rivier heen. Ik laat de Tjäktahut voor wat ie is, ik hoef er niet heen en het scheelt me weer een kilometer heen en terug. Ik vervolg het pad over de Tjäktapas die hier begint, het hoogste gedeelte van de Kungsleden. Het is maar 12 km naar de volgende hut maar inmiddels weet ik al dat dat niets zegt. Het pad bestaat uit grote stenen, keien en rotsblokken, er is geen vlak stukje te bekennen. Daarnaast is de temperatuur opgelopen naar 25 graden, ik wist überhaupt niet dat het hier zo warm kon worden! We lopen in de volle zon en het is bikkelen. Voor Taka zijn er vele sneeuwvlaktes waar hij dankbaar gebruik van maakt. Ik zie hoe zwaar hij het heeft, de tekenen van vermoeidheid dienen zich aan, hij loopt steeds vaker achter me, de zon is killing voor hem. Er is ook niks waar we kunnen schuilen, tja, wat moeten we dan? We lopen midden op de Tjäktapas en er is maar 1 manier om hier weg te komen, doorlopen. In de verte zie ik kleine bewegende silhouetten tegen de afspiegeling van de zon. Ze klimmen naar boven, het lijkt van een afstand recht omhoog te gaan, door de sneeuw. Ik zie de bui al hangen, hoe gaan we dat doen? We zijn allebei al kapot. Boven wacht een schuilhut, voor noodgevallen, dan zijn we nog niet eens op de helft. Ik zie Eveline met Sixten boven uitpuffen, ze moedigt ons aan om door te lopen. Go go go! Zij staat er al, wij moeten nog. Het voelt alsof ik lood in mijn schoenen heb, elke stap wordt met moeite gezet. Taka rent naar boven alsof het niks is, de sneeuw doet hem goed. Daarnaast is er boven een breed rendierenspoor, een prachtig gezicht zo in de sneeuw. Nu snap ik waarom meneer zo’n haast had om boven te komen. De sneeuw maakt de klim makkelijker dan gedacht omdat de voetstappen van de mensen die voor zijn gegaan, een soort trap heeft gevormd. Het uitzicht boven maakt een hoop goed, aan de ene kant de vallei waar we de hele ochtend hebben gelopen, aan de andere kant het stuk wat we nog hebben te gaan. Eerst maar lunchen in de schaduw van de hut, dan weer verder. Vanaf hier zie ik nog niet eens wat ons te wachten staat, wel dat het mooi is en groots, maar ik heb nog niet door dat dit de vallei is die ik van foto’s ken. Pas als we weer gaan lopen en honderd meter verder zijn, wordt de enorme Tjäktjavagge vallei zichtbaar. Niet normaal dit! Niet normaal! Een dertig kilometer lange strook tussen twee bergketens, die door het heldere weer goed zichtbaar is, DERTIG km! Ik weet niet meer waar ik het zoeken moet, ik wist dat ik een mooie route zou lopen maar dit slaat werkelijk alles. Eveline volgt mij snel, vol ongeloof kijken we uit over de vallei. We komen terug op onze woorden van gister, ‘Does it get any better?’. Yes, it does! Zo ongelooflijk indrukwekkend! De bergen aan de ene kant halen de 1800 meter, aan de andere kant rond de 1400 meter, daartussen kronkelt de Tjäktajåkka rivier met een hoop smeltwater waar het pad langs loopt. Ook hier is het weer pittig lopen, we hebben vele pauzes nodig. Ik zit op een groot rotsblok als ik trek heb. Eveline komt ook aanlopen en voegt zich bij ons. Sixten heeft 4 rode ballonnen om zijn pootjes. Het ziet er heel grappig uit. Er zijn geen hondenschoentjes verkrijgbaar in zijn maat, met die kleine kippenpootjes, ergens op internet had ze deze tip gelezen. En het werkt super! Ballonnen als schoentjes, kom er maar op. Met Taka gaat het nogsteeds goed met zijn pootjes, elke dag check ik hoe zijn kussentjes eruit zien maar hij heeft nergens last van. Eveline vertelt dat ze ongesteld is geworden, vijf dagen te vroeg. Nou ja zeg! Dat is ook bizar! Ik gister, ook vijf dagen te vroeg. Zal het door de bergen komen? Zij had zich er niet op voorbereid omdat ze binnen vijf dagen weer in de bewoonde wereld is, dus ze is maar wat blij dat ze van mij wat opvangmateriaal kan krijgen. In Sälka, de volgende hut, kan ze zelf maandverband kopen. Fijn dat ze zo uit de brand is geholpen. Ik haal een laatste Love Chock tevoorschijn, waar we allebei de helft van nemen. Oooh wat is goede chocolade toch lekker! En zeker op dit soort momenten als het zwaar is. De Sälkahut halen voelt momenteel als een onmogelijke opgave. Krijgen we ook nog een normaal pad, wat een beetje vlak loopt? Ik voel dat ik over mijn grenzen ga. Ik heb een pijnlijke schouder, een soort zenuwpijn die doorstraalt in mijn hele arm tot aan mijn hand. Hoe ik ook probeer de rugzak te dragen, de pijn neemt alleen maar toe. Ik word verplicht tot rust. Ik heb geen andere keuze dan naar mijn lijf te luisteren, de pijn wordt op een gegeven moment ondragelijk. Gek genoeg, al heb ik maar een kwartiertje gezeten, kan ik daarna weer lopen alsof de pijn er nooit is geweest. Het lichaam is en blijft een wonderlijk systeem.


Door mijn vermoeidheid merk ik dat ik niet meer kan genieten. Het is te warm, te zwaar, te druk op dit stuk (ongeveer 30 mensen), ik irriteer me mateloos aan andere wandelaars. Iedereen lijkt vooruit te komen behalve ik. Het is absoluut het zwaarste stuk tot nu toe. Op een nieuwe sneeuwvlakte gaat Taka liggen en het is duidelijk dat hij er niet meer af wil. Ok, minimaal een uur pauze hier. Hij valt in een diepe slaap, als een sledehond opgerold in de sneeuw. De arme schat, het is teveel. Hoe kan je hier op trainen thuis? Mijn enige t-shirt is te ranzig voor woorden, een wasbeurt kan geen kwaad. Ik heb voornamelijk kleding mee tegen de kou en dan lijk ik ineens in de tropen te lopen, wie had dat kunnen bedenken? Ik was mijn t-shirt in de rivier en trek een thermoshirt met lange mouwen aan, tja, wat anders? Mijn t-shirt hang ik aan mijn rugzak, die is binnen een mum van tijd weer droog. Ondanks de hitte klaag ik niet want ik weet dat het ook anders kan zijn hier. De afgelopen twee weken heeft het hier gestormd, geregend en was het koud, dat heeft er voor gezorgd dat alle muggen verdwenen zijn en tot op heden nog niet uit hun hol zijn gekomen. En dat is heel wat waard!


Ook Taka en ik arriveren uiteindelijk bij de Sälka hut, meer dood dan levend. Vanaf de laatste sneeuwvlakte heb ik Taka’s rugzak er bij mij aangebonden om hem te ontzien. Alles doet zeer, mijn voeten, mijn twee grote tenen, mijn schouders en ik heb honger. We zoeken een plekje in de schaduw van de hut, het is er druk, overal zijn mensen, de meesten overnachten hier en hebben geen tent. Eveline was er een half uur eerder, ook kapot, Sixten ligt in coma, Taka volgt zijn voorbeeld. Man oh man, wat was het zwaar! Eveline en ik zijn allebei geïrriteerd door de hoeveelheid mensen. De host is ook niet erg vriendelijk omdat we er niet komen slapen maar alleen maar komen uitrusten, er hangt geen fijne energie. We besluiten na een lange pauze nog een paar kilometer te lopen zodat we voor de menigte uit zijn. Dan lopen we morgen in de rust. We hebben geen haast meer, onze afstand voor vandaag hebben we gehaald, al hebben we wel tien uur over die 12 km gedaan.


Als we weer opstaan ben ik zo stijf als een plank, mijn voeten willen niet meer, vooral omhoog lopen of naar beneden is geen pretje. Maar toch, als we eenmaal weer lopen, gaat het weer als gesmeerd, gewoon doorgaan! Het is voornamelijk Eveline die zo’n doordouwer is nu, zonder haar was ik niet doorgelopen. We worden aangevallen door de long-tailed jeager vogels, de kleinste jager. Brutaal dat ze zijn! Zowel wij als de honden worden aangevallen, we moeten bukken en met onze armen zwaaien om ze af te weren. Blijkbaar zijn we in de buurt van hun nest ofzo maar het is duidelijk dat we niet welkom zijn hier.


We lopen langs een heuvel waar een groepje rendieren op een sneeuwvlakte ligt, ook zij kiezen ervoor om in de sneeuw te liggen. Dit keer heb ik het groepje eerder door dan Taka. De rendieren hebben ons niet gezien dus we besluiten de honden vast te binden en omhoog te klimmen om zo van dichtbij de rendieren te kunnen zien. Op mijn buik kruip ik door de struiken omhoog, camera paraat, in de hoop een glimp op te kunnen vangen van hun natuurlijke gedrag. En dat lukt, ze hebben me niet in de gaten, ik kan filmen en foto’s maken, zo tof! Door dit soort dingen is de vermoeidheid weer ver te zoeken en neemt de adrenaline het over. Heerlijk!
Niet lang daarna zetten we onze tent op, op een open vlakte ver van het pad, ver van de rendieren. Hondjes lekker los, de ondergaande zon, beekje ernaast, wat willen we nog meer?


Sålka – Singi
Op blote voeten struin ik mijn tent uit en loop ik naar de beek. Het gras en mos voelt heerlijk onder mijn voeten! Ff geen harde ondergrond of schoenen maar gewoon blote voeten…wat een genot! De zon is een beetje gedraaid na dat ze onderging, ik blijf het een raar fenomeen vinden. Ze verdwijnt achter een berg om een paar uur later een stukje verder er weer bovenuit te komen. Het is 12 graden, windstil, blauwe hemel, de laatste ochtend samen met Eveline en Sixten. Taka ligt opgerold in een kuiltje terwijl Sixten hem goeiemorgen komt wensen. Op één of andere manier tolereert hij alles van Sixten, zo lief! Het is ook een zeer schattig hondje die hunkert naar liefde en aandacht van zijn soortgenoten. Als een echte waakhond gaat Taka tekeer als de eerste mensen de hangbrug over komen waar we uitzicht op hebben. Tijd voor ons om ook weer door te gaan, voordat de hele menigte uit de hut eraan komt.


Ik heb al een paar keer een verzuring ervaren in mijn bovenbeenspieren, en ook nu dient zich die weer aan. Dit keer lopen we wel samen en gaan we gelijk op, als ik mijn spieren even rust moet geven, doet Eveline met me mee. We voeren leuke gesprekken, hebben vele dingen gemeen en denken over veel dingen hetzelfde. Zo ook dat toeval niet bestaat en dat alles gebeurt met een reden. Ik ga op een rotsblok zitten om mijn benen te strekken, de verzuring voelt niet fijn. Ik sta op om even door mijn knieën te gaan en daar ligt het cadeautje voor mij, de vervulling van mijn wens die ik heb uitgesproken toen mijn reis begon. Een rendier gewei. Alsof ik de loterij heb gewonnen gier ik het uit, yes! Daar is ie dan! Tja, als ik de verzuring niet had gevoeld hadden we daar niet gezeten, zo is het maar net. Ik voel me dankbaar voor deze vondst.


Tot Singi lopen we samen, daar zal ons afscheid volgen. Voordat we bij Singi aankomen slaat het weer om, de lucht trekt helemaal dicht, het begint te waaien en opeens ziet alles er dreigend uit. We zijn moe van de etappe, de hondjes ook en we koelen af. Achter de muur van de hut zitten we uit de wind en kunnen we schuilen en ons eten maken. Honden zijn überhaupt nergens binnen welkom. Dus binnen bij het haardvuur zitten is er niet bij, tenzij je je hond alleen achter laat maar dat is voor mij ‘not done’. Eveline pakt haar slaapzak uit zodat Sixten zich daar in kan wurmen, het is een schattig gezicht. Zelfs over Taka leg ik een dekentje, bang dat hij afkoelt door de vermoeidheid en de plotselinge weersomslag. Ook in Singi is het druk. Er staan 3 grote rugzakken bij de tafel waar we buiten zitten, we maken kennis met drie Ieren die samen de Kungsleden lopen, als ze hun rugzak weer op doen. Gezellige kerels! Eén ervan is helemaal weg van Taka. Ik geloof dat het niet wederzijds is haha. Taka wil gewoon slapen. Er komt iemand met een enorme berghond aan en nog een man met een husky. Ik word er blij van, mensen die dit met hun hond ondernemen. Één ding krijg je er sowieso voor terug en dat is dat je super op elkaar afgestemd raakt door zoveel samen te zijn en samen zo intens te leven.


Singi is de kruising waar mensen afslaan naar de Kebnekaise, de hoogste berg van Zweden, waar ook Eveline heen gaat. Hier volgt ons afscheid, na de 12 km die we net achter de rug hebben willen we allebei nog 8 km lopen, allebei in een andere richting. Het is voor mij nog 14 km tot de volgende hut. Maar eerst wil ik slapen, ik moet echt een tukkie doen. Ik neem eerst afscheid van Eveline en Sixten, ze is echt een diehard en gaat meteen na het eten weer lopen. Ik wens ze veel moois op hun vervolgpad. Ze bedankt me voor het samenzijn en voelt zich vereert dat ze met mij heeft mogen lopen, het voelt voor haar alsof ze een privé gids had, met zowel tips voor het pakken van de rugzak, over kamperen maar ook op het gebied van gedrag van Sixten. Zo lief! Ik was me van geen kwaad bewust dat ik zo van nut ben geweest voor haar ervaring haha. We maken nog een selfie en geven elkaar een dikke knuffel. Overmorgen gaat ze weer naar huis.


Ik struin rond op het terrein op zoek naar een plek waar ik uit de wind mijn ogen kan sluiten en sniek het houthok in waar ik eigenlijk niet mag komen. Er hangen drie enorme bijlen aan de wand, berkenhout ligt opgeslagen om in de verschillende houtkachels verbrand te worden. Ik ga op de houten grond liggen, Taka krult zich tegen me aan, we vallen in een diepe slaap. Rillerig word ik weer wakker, ondanks dat ik warm ben aangekleed, het zal ongetwijfeld de vermoeidheid zijn. Het is voor het eerst dat er door me heen gaat of de planning van 20 km per dag niet een beetje teveel van het goede is. Voor mezelf kan ik daar nog wel een keuze in maken, ik ben een doordouwer en zal de route uitlopen. Maar voor Taka is het een ander verhaal. Bij elke stop gaat hij slapen, ik zie dat hij het nodig heeft en dat houd me nog het meeste bezig.


We gaan weer aan de wandel, voor de zekerheid trek ik alvast mijn regenbroek aan, dat scheelt me weer een keer rugzak op en af doen. We lopen nu echt alleen, iedereen zit warm in de hut. Na anderhalf uur begint het te regenen, hard te waaien en vervolgens kletteren de hagelstenen op mijn capuchon. Taka heeft ook zijn regenpak aan om te voorkomen dat hij afkoelt. Als er iemand een hekel heeft aan regen, dan is het Taka. Als een zielig hoopje ellende loopt hij achter me aan met zijn oortjes naar beneden, zijn staart naar beneden en toegeknepen oogjes. Wat een toestand! Toch wil ik nog even doorlopen, zodra we stoppen koelen we af en dat wil ik voorkomen. Daarnaast hebben we een vlakke plek nodig om de tent neer te kunnen zetten en het liefst nog een beetje beschut tegen de wind ook. Ik beloof Taka dat we om half 5 zullen stoppen. De kampeerplekjes liggen helaas niet voor het oprapen, ik kies een plek uit tussen de struiken, pal naast het pad, precies groot genoeg voor de tentvloer. We moeten helaas ook gewoon boven op de struiken liggen, vol met hobbels. Om te voorkomen dat mijn binnentent nat wordt bedenk ik spontaan een plan om eerst de buitentent op te zetten. Met een beetje aanpassing hier en daar moet dat lukken. Dan kan Taka in ieder geval schuilen. Zie je het voor je? De regen komt met bakken uit de lucht, twee verzopen katjes en dan een tent opzetten haha. Toch lukt het me en voel ik me euforisch. Taka kan schuilen, ik droog hem af met zijn eigen handdoek en doe alles van hem af. Onder het doek van de buitentent sleur ik alles wat buiten ligt naar binnen op de struiken. Jammer dat dit niet op de film staat, volgende keer neem ik een filmcrew mee, dan hoef ik het niet allemaal zelf te doen haha. De binnentent volgt en Taka wil er maar wat graag in, schud zich ook nog ff lekker uit met zijn natte lijf. Dank je wel lieverd, dat had je ff eerder moeten doen! Zodra alles enigszins staat kleed ik me warm aan en kruip ik mijn bedje in om te luisteren naar de regen. En dat voelt werkelijk als een zegen! Wie doet ons nog wat? Mijn statief doet dienst als kapstok aan de ene kant, mijn twee wandelstokken staan gekruist aan de andere kant met natte rommel erover. Morgen zien we wel weer verder, het wordt vast weer droog….

True Nature TrailsTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



Rendieren, kalfjes en zoveel meer…




30 juni
Taka houdt van het leven in de tent en in de kou! Na een stille nacht rekken we ons uit voor deze wonderlijke nieuwe dag. Het waait pittig, is 7 graden en zwaar bewolkt. Maar het is droog. Het is 5u in de ochtend, na ons ontbijt zijn we er helemaal klaar voor. De ochtenden vind ik het fijnst, hier, maar ook thuis, met de geluiden van de ontwakende natuur, de sereniteit en het gebrek aan mensen. Daar lopen we dan, saampjes, langs de rivier in Abisko National Park, wat een weelde. Taka jaagt achter een soort hoender aan, ter grootte van een fazant, het beest fladdert vlak over de grond. Zwaar irritant want zolang ze vlak voor zijn neus blijven fladderen is er natuurlijk reden genoeg om door te blijven rennen en vooral niet terug te komen. Met zijn tong op half elf komt hij uiteindelijk terug, zo meneer, je gaat aan de riem!


De eerste hut die we passeren is die aan het Abiskomeer. In principe heb ik niks in de hut te zoeken, ik loop dan ook door maar het zijn makkelijke herkenningspunten voor de afstand die we hebben afgelegd. De route loopt vlak langs het meer en net daar voorbij zie ik het eerste groepje rendieren, wauw! Zo gaaf! Er zijn verschillende grote hangbruggen over diverse rivieren, stalen kolossen die wiebelen als je er over heen loopt en waar je door de bodem heen kijkt. Aan de zijkanten is het gewoon open, op een stalen reling na, ik hou Taka dan ook aan de lijn. Als hij plotseling schrikt of zijn evenwicht verliest, flikkert hij vele meters naar beneden in het kolkende water. Hij vindt het retespannend om er overheen te lopen maar tegelijkertijd is er niks waar hij aan twijfelt, gewoon gaan met die banaan! We passeren een toilethok, met ramen aan de zijkant, er zit net een man op en we kijken elkaar aan. Te grappig voor woorden! Zit je dan op de plee, kan je nog om je heen kijken ook. Voor mij voelt het ongemakkelijk om hem aan te kijken maar tegelijkertijd moet ik ook erg lachen. Ik vind het persoonlijk jammer dat dit soort hokjes er staan want het geeft tegelijk aan hoeveel mensen hier per jaar komen, teveel….voornamelijk de eerste 110 km die bekendheid heeft vanwege een groot jaarlijks terugkerend wandelevenement…


Regelmatig hoor ik een koekoek in de verte. Tegen het eind van de middag zie ik dat Taka niet helemaal lekker loopt, hij heeft last van zijn zwakke heup. Toch zijn renspurt van gister of de actie met die hoender? Ik heb blikjes makreel voor hem mee en daar doe ik wat druppels Copaiba doorheen als pijnstiller en ontstekingsremmer. Hap slik weg met de makreel door zijn brok. We houden veel pauzes en waar we ook zitten, het is allemaal even mooi. Ik heb een planning waar ik ongeveer met de tent wil staan maar als we in een vallei komen met als toetje een klim, besluit ik toch maar een plekje in de vallei te zoeken. Vlakbij is een Sami gemeenschap, klein houten hutjes in een cirkel, ik heb het idee dat er niemand is. De hele dag is het al warm, na de ochtend helemaal opgeklaard, bloedmooi weer met blauwe lucht, een beetje te warm als je het mij vraagt. Ik ga van het pad af om ergens mijn tent neer te zetten, niet normaal wat een plek! We staan aan het Ribakluokta, één van de meren in deze vallei. Het lijkt net of we in een cirkel staan, in het dal van deze immense vallei met rondom besneeuwde bergtoppen en de meren. Ik kan het nauwelijks bevatten. Dan zie ik het meisje met het zwarte hondje voorbij komen. Ze loopt hard, het lijkt wel of ze haast heeft. Door de wind en de afstand schreeuw ik naar haar: “Where are you going?”
“To the boat! I want to catch the boat but it’s 8 kilometres and I have 3 hours left to make it!” Nou, dat gaat ze makkelijk halen. Blijkbaar heeft ze de afgelopen nacht gekampeerd waar die meerdere tentjes stonden en heb ik haar ingehaald. Nu haalt ze mij weer in. Taka ligt in een kuiltje, ik zit naast mijn tent eigenlijk alleen maar om me heen te kijken, vol ongeloof over de plek waar we staan, hier gaan we gewoon slapen! Een avond genieten, kijken, turen, ervaren en uiteindelijk slapen terwijl de zon niet onder gaat….


Ik word wakker van de warmte van de zon, de sterke oranje gloed schijnt door het tentdoek heen. Yeah! Weer een nieuwe dag! Zowel Taka als ik zijn opgewekt en hebben er weer zin in. Ik rits de tent open, nogsteeds worden we getrakteerd op een stralend blauwe lucht met mooie wolkjes. Oh wat hebben we heerlijk geslapen! Ik kijk op mijn klok en zie 23.23u op het scherm staan. Huh? Hoe kan dat nou? Doet mijn klok het niet? Ik doe mijn telefoon aan om de tijd nog eens te checken maar ook die geeft aan dat de nacht nog niet eens begonnen is. Ik voel de drang om de boel in te pakken en te gaan lopen maar mijn verstand wint het van mijn verlangen. Zowel Taka als ik waren zó moe, dat we maar beter kunnen rusten. Dus nog maar een keer de ogen dicht, dit keer tot 5u. Ok, dat is een normale tijd, nu mag het. Taka is in opperbeste stemming, hij heeft er zichtbaar zin in. Buiten snuffelt hij met zijn neus hoog in de lucht, er staat geen zuchtje wind, de kust lijkt veilig voor hem want hij gaat meteen weer liggen. Wat een topochtend! Wat een cadeautje!


Om half 7 gaan we aan de wandel met 10 graden en verlaten deze onwaarschijnlijk mooie vallei. We voelen ons fit. Met de zon in de rug lopen we langs het water van het volgende meer, de Miesákjávri, over planken, stenen, door de modder, voor de voeten is het allesbehalve saai. We lopen stevig door omdat er om half 11 een boot gaat over de Alisjávri, die ons naar de overkant brengt. Niet dat we haast hebben maar als we daar eerder aankomen kunnen we nog wat rusten.


Opeens heb ik zo’n vaag vermoeden dat er iets tussen mijn benen druipt wat er niet hoort te druipen. Word ik incontinent ofzo? Ik laat het ook weer los maar als het moment daar is dat ik moet plassen, laat de verrassing zich kleurrijk in vol ornaat zien, mijn menstruatie heeft zich aangekondigd. Vijf dagen te vroeg en ook nog eens zonder de normale signalen waardoor ik het voel opkomen. Inmiddels lopen we vlak langs het Rádujavri, een betoverend bergmeer met helder blauw water. Kleine golfjes kabbelen tegen de rotsen aan. Het is een goed moment om er aan te geloven, mezelf te wassen in het ijs- en ijskoude water. Maar ondanks de kou is het heerlijk verfrissend en ook fijn om weer een schone onderbroek aan te hebben. Mijn bloeddoordrenkte onderbroek gaat koppie onder, ik wrijf de stof langs het grove steen van de rotsen, en klaar is Klara, ik heb niet eens een boenborstel nodig! Ik hang mijn onderbroek aan mijn tent die aan de buitenkant van mijn rugzak hangt, die zal wapperend in de wind zo weer droog zijn. Na het hele wasritueel blijkt dat we een paar minuten van de bootstop waren. En daar wacht een leuke verrassing voor Taka (en voor mij), Eveline met Sixten, het meisje met het leuke zwarte hondje. Gisteravond passeerde ze mijn kampeerplek met de boodschap dat ze de boot wilde halen en dat het nog 8 km was, ze had nog 3 uur de tijd. Nou, die 8 km bleken er 5 en daarnaast ging de boot niet want die zou pas gaan varen vanaf 1 juli, vandaag dus. Dus ze heeft hier gekampeerd, zeker geen straf op deze betoverende locatie. De hondjes begroeten elkaar met een ronde zo hard mogelijk over de rotsen, door de struiken en door het water beneden aan het strand, achter elkaar aan. Dolblij zijn ze, wat een pret! De bootstop is wederom op een magnifieke plek, het heldere water glittert aan alle kanten om ons heen, niet normaal zo mooi. Er staat een klein zuchtje wind, ik ga tegen een rots zitten, luister en kijk naar het kabbelende water en ga schrijven. Benen languit, even rusten na de opstart van tweeënhalf uur lopen. Er komt nog een stel aan met een schnauzer, de hondjes hier treffen het maar met zulke avontuurlijke eigenaren! Inmiddels is het 20 graden, met het huidige windje graag een strik eromheen en niks meer aan doen, het is perfect!


Het bootje komt om half 11, vier keer per dag kan je hier naar de overkant worden gebracht voor 350 Zweedse kronen (€35,-). Ik voel me alsof ik op één of andere filmset ben beland, zo ontzettend mooi, rauw en puur, dat het bijna onecht is. Te mooi om waar te zijn, zoiets? Onderweg zien we langs een bergwand een Sami nederzetting, gelijknamig aan het meer, Alisj́ávri, allemaal kleine houten hutjes en zelfs een kerkje. De kapitein vertelt dat vorig jaar op dit tijdstip het meer nog bevroren was. Überhaupt verbaas ik me over het weer, laat het de komende 4 weken maar zoals vandaag zijn!


De boot komt aan bij de berghut Alesjaure, ik verbaas me over de hoeveelheid mensen hier. Mensen die klaar staan om te gaan wandelen, hun water aan het vullen zijn of hun voedselvoorraad bijvullen in het winkeltje. Mijn accu’s zijn al bijna leeg en ik moet nog 3 dagen, shit! Ook hier weer geen stroom. Het is wat het is. Inmiddels is het 12 uur, ik besluit net als Eveline eerst te gaan lunchen voor de 13 km die zo voor ons liggen. Zodra ik het op heb val ik weer in slaap. Het is bijna een gewoonte aan het worden, pauze is gelijk aan tukkie doen en het gaat me zeer goed af haha.


Eveline en ik gaan bijna gelijktijdig weg, we lopen niet samen maar passeren elkaar wel regelmatig. Als zij pauze heeft haal ik haar in en andersom. Steeds vaker wisselen we wat woorden en delen we onze vreugde over de indrukwekkende natuur om ons heen. Ik ben er stil van en heb er simpelweg geen woorden voor. We moeten een enorme rivier door van, ik denk, wel dertig meter breed, het smeltwater van boven is ijzig koud. Lang leven mijn barefoot schoenen, wat een uitvinding om rivieren te moeten doorwaden. Fantastisch vind ik het, om dit met Taka te doen, is dit leven of leven? Zeg maar gerust VOLUIT LEVEN! Taka vind zijn eigen weg door de rivier, het is niet diep, dus veilig genoeg om het zelf uit te zoeken. En daar is hij een meester in! Hij is een geboren berggeit in een hondenpak, doet niets liever dan op rotsen klimmen, springen van de ene naar de andere steen, het maakt hem gelukkig. Zelfs als we stil staan zoekt hij een steen waarop hij met zijn voorpoten in ieder geval hoog kan staan om meer te kunnen zien. Na de oversteek ga ik aan de rand van het water zitten, hier kan ik wel uren blijven. Zo breed als de rivier is, zo mooi, zo heerlijk met mijn verhitte voeten in het koude water, niet te geloven zo indrukwekkend!


Ik wil graag vandaag ergens bij de Tjäktahut eindigen, dan heb ik de kilometers volgens de planning gelopen. De vallei waar we lopen is enorm, links van ons de Gaskacohkka berg met 1629 hoogtemeters, rechts de kronkelende rivier die ons sinds Alesjaure al vergezeld, we lopen op ongeveer 860 meter hoogte. En dan, opeens, uit het niets, doemt er een enorme kudde rendieren voor ons op. Ik merk het vooral aan Taka, die hoog met zijn neus in de lucht loopt, steeds harder trekkend aan de lijn, wat is er toch? Opeens zijn ze overal, honderden rendieren met kalfjes, links, rechts, voor ons, de hele vallei opeens gevuld met rendieren, ik ben er beduusd van! De zijkant van de berg is er helemaal mee gevuld. In wat voor scène ben ik beland? Dit is niet te geloven, zo mooi! Kalfjes van een paar dagen oud, zo klein en teer, zo kwetsbaar. Ik probeer het te filmen maar het valt niet mee, ze staan net iets te ver, daarnaast is Taka helemaal door het dolle. Wat een moment, wat een ervaring! De adrenaline giert door me heen van opwinding. Als we weer gaan lopen, lopen we dwars door de grazende kudde heen. Wonderlijk gewoon….


Zo vult de dag zich, met lopen, pauze, genieten, lopen, pauze, genieten, totdat uiteindelijk de laatste klim zich aandient voordat we bij de Tjäktahut aankomen die bovenop de berg ligt. Mijn lijf is moe, ik zie op tegen de klim. De klim bewaar ik liever voor morgenochtend. Ik passeer een meertje omringd door felgroen riet, wat een magische plek! Het licht op het water is alsof er een glitterbal uit de hemel over aarde wordt verstrooid. Nog aan het bijkomen van het rendieren spektakel, nu weer dit. Als ik nog een paar meter doorloop zie ik ineens het tentje van Eveline staan, wat leuk! Ik loop het tentje, ze zit ervoor op haar luchtbed in het zonnetje, Sixten ligt er opgerold naar. “Hi Eveline! What an amazing spot isn’t it?” We zijn blij verrast elkaar te treffen, ze nodigt ons meteen uit er bij te komen staan, daar hoef ik niet lang over na te denken. En dus zet ik ons tentje op, Taka & Sixten huppelen blij om ons heen, wat zijn ze leuk samen! Met zijn viertjes gaan we bij elkaar zitten voor ons diner, ik had me geen betere verjaardag kunnen wensen, de ultieme setting, zonnetje nog hoog en warm, klein briesje, waanzinnig uitzicht rondom, aan de rand van het meer. Ik zeg; ‘Strik er omheen, niks meer aan doen!’.

True Nature TrailsTrue Nature Trails

Volg onze avonturen



Abisko National Park


Woensdag 27 juli
Helaas een onrustige nacht door de muggen, ook hier in de cabin. Desalniettemin heerlijk om in een bed te liggen. De hut is eenvoudig, geen stromend water, wel een jerrycan en in ieder geval stroom om dingen weer op te laden. De sporen van de muggenbeten zijn duidelijk zichtbaar, dikke opgezwollen handen en polsen, ik heb de hele nacht liggen krabben, om gek van te worden! Ook Marjolein, die altijd goedgehumeurd is, is geïrriteerd door de muggen. Zij heeft gelukkig wel als een blok geslapen. We zijn zo traag als dikke stront deze ochtend en genieten er ook van, we hoeven even niks behalve vanmiddag naar Oslo rijden. Na ons ontbijt lopen we naar het naastgelegen meer, omringd door een bosrijk heuvellandschap, het is er prachtig. We hebben veel lol met elkaar, vanaf het begin gaat eigenlijk alles vanzelf, heerlijk is dat, als je gewoon geen woorden nodig hebt en met elkaar op één lijn zit. We doen een poging om aan de waterkant te gaan mediteren maar je moet behoorlijk geoefend zijn om niet beïnvloed te worden door de irritante muggen, ik hou het geen minuut vol. En daar liggen we dan weer helemaal in een deuk over. We houden het voor gezien hier, nog tweeëneenhalf uur rijden naar de luchthaven van Oslo waar ons afscheid zich zal aandienen. Marjolein is zwaar onder de indruk van de dagen in de bergen, het voelt heel dubbel om straks afscheid te nemen. Ik ga door naar Zweden, Marjolein is vanavond weer thuis, hoe bizar! Het besef dat je s ’morgens wakker wordt in een Noorse blokhut en dezelfde avond weer in je eigen bed ligt maakt de wereld heel klein. Marjolein rijdt het grootste deel naar Oslo zodat ik kan schrijven. Waren de wegen in NL maar zo rustig! Alles loopt gesmeerd, zonder opsmuk bereiken we de luchthaven. Het moment is daar, het moment van afscheid. “Lieverd! Ik vond het ongelooflijk tof dat je mee was en ik ga je zeker missen!” Bij Marjolein schieten de tranen in haar ogen, door alle indrukken, de gezelligheid, de vriendschap én door het afscheid. We houden elkaar stevig vast, kijken elkaar in de ogen en weten niet zo goed hoe hier een eind aan te breien. Na zo’n intense week samen valt het niet mee, toch klopt het helemaal voor ons allebei. “Doeg lieverd, goeie vlucht gewenst!”


Na het afscheid van Marjolein rijd ik meteen door naar Stockholm. Nogsteeds 28 graden, ik word er niet blij van. Het is 540 km rijden, er staat zes uur en een kwartier voor. Ik voel wel dat ik nogsteeds moe ben en vraag me af of ik het überhaupt ga halen vanavond. De planning was vandaag een paar uur en morgen een paar uur maar als ik nu in één keer doorrij, ben ik er om 22.15. Ik bel Ebba om te zeggen dat ik er misschien om die tijd ben en als het niet zo is, bel ik. Wat heerlijk om me zo welkom te voelen!
In 2009 ben ik eens een paar dagen naar Stockholm geweest en heb ik bij Ebba en haar man Matt gecouchsurfed. Couchsurfing is een wereldwijd netwerk waarbij je bij mensen thuis kunt slapen. Dit is gratis en vooral leuk om locals te ontmoeten. Ongeveer een maand voor mijn vertrek stuurde ik haar een berichtje met de vraag waar ik mijn auto gratis en veilig vier weken lang in Stockholm kon zetten. Ze reageerde meteen en zei dat ze me heel graag weer wilde zien, dat mijn auto bij hun mocht staan en dat ze me ook nog naar het station wilde brengen. Super geregeld dus!


De route tussen Oslo & Stockholm rijd heerlijk, glooiende groene landschappen afgewisseld door meren en bergen. Het bed bij Ebba lonkt en uiteindelijk lukt het me zonder enige moeite om door te rijden. Precies om 22.15 rij ik het pad op. Ondanks dat ik Ebba negen jaar niet heb gezien voelt het als gisteren, zo gewoon, zo vertrouwd en vooral zo welkom. Ik heb mijn eigen kamer waar ik alles uitstal. De wasmachine gaat meteen aan zodat ik morgen met schone kleren kan vertrekken. Na een gezamenlijke kop thee is het bedtijd, de vermoeidheid is inmiddels als een bom ingeslagen.


De volgende ochtend vraagt ze of ik mee wil naar het meer waar ze altijd gaat zwemmen. Het is wederom bloedheet maar ze beaamt dat we maar een paar minuten in de zon lopen, daarna lopen we in de bossen, Taka wordt namelijk niet blij van deze temperaturen. Het is een heerlijke wandeling, Taka wordt beloond met het koude water waar Ebba in gaat zwemmen. Er is een strandje met een lange houten steiger, op ons drieën na is het er verder leeg. De rest van de dag slaap ik, schrijf ik, en bereid ik me voor op het vertrek naar Zweden. Mijn postpakket blijkt niet aangekomen te zijn op mijn startpunt, Abisko fjallstation, als ik dit controleer met het bonnetje van Post NL. Een hoop gedoe, er blijken nog twee pakketten niet geleverd te zijn maar volgens hem staan die klaar om geleverd te worden. Dat hoop ik dan maar want anders heb ik een uitdaging om aan hondenvoer te komen. Ik laat het los en vertrouw erop dat het hoe dan ook goed komt. Godzijdank heb ik voor de eerste etappe nog genoeg voer voor Taka in de auto en Marjolein had nog wat zakjes eten over die ik nu kan gebruiken. Ik haal toch nog enkele spullen uit mijn rugzak om het gewicht, waar het enigszins kan, toch nog meer te reduceren al gaat het maar om enkele grammen.
Op de valreep geniet ik nog even van een douche voordat Ebba me naar het station brengt. Ik ben bewust een uur te vroeg om opgewassen te zijn tegen onverwachte verrassingen en dat is fijn want het is zooo groot! Het lijkt Schiphol wel. Perron vier, helemaal ergens achterin, is waar we moeten zijn. Het is duidelijk door de vele backpackers die net als ik richting het noorden gaan. Het contrast is groot op de twee perrons die op elkaar aansluiten, aan de ene kant hippe Stockholmers die uit hun werk komen en druk zijn met hun mobieltje, aan de andere kant alleen maar backpackers met grote gevulde rugzakken met tenten en slaapmatjes eraan gebonden. Taka neemt het allemaal waar vanaf de grond, hij ligt languit op het perron. Dit zijn van die momentjes dat ik zo trots op hem ben! Hij doet het toch allemaal maar, zonder een greintje angst. Want waar vrouwtie is, is het veilig. Hoe gaaf is dat!


Ik voel me positief opgewonden, voor mij begint nu de reis waar ik sinds 2011 al van droom. De reis van 450 km door Zweeds Lapland. De nachttrein van Stockholm naar Abisko vertrekt om 22.50u, morgenochtend om 11u zullen we in Boden zijn waar we moeten overstappen. Van daaruit wordt het een gewone trein. Als de trein komt aanrijden zoek ik wagon 52 op, waar ik een slaapcabine heb. Als je met een hond reist ben je verplicht om een hele cabine te boeken, voor 6 personen. Bij aankomst in de cabine ben ik blij dat we het rijk voor onszelf hebben en snap ik niet hoe er überhaupt nog 5 mensen bij zouden kunnen met bagage. Er hangen zes bedjes in, met kussens, lakens en dekens, van alle gemakken voorzien. Er staan zelfs zes pakjes water. Het is bloedheet in de trein, ik schuif het raam zo ver mogelijk open en maak mijn bed gereed want mijn bedtijd had zich al even aangekondigd. De trein komt op afgesproken tijd in beweging, de conducteur komt direct mijn kaartje controleren, door de beweging komt er koelere lucht binnen, we kunnen gaan slapen.


De warmte neemt heel langzaam af, pas uren later als we in noord Zweden aankomen. Het maakt dat ik nauwelijks een oog dicht doe omdat Taka ligt te hijgen, hebben ze geen airco in de trein? We hebben bijna 2 uur vertraging en ik vraag me af of we de aansluiting in Boden wel halen. Als het de tijd is dat de trein in Boden zou moeten vertrekken, zijn we er nog lang niet en maak ik me op voor een nieuwe planning, wellicht een nachtje ergens in Boden en morgen weer verder? We gaan het meemaken, er is geen conducteur te bekennen en ik laat Taka liever niet alleen om het uit te gaan zoeken.
Voor ik het weet zijn we al in Boden, het blijkt dat de aansluitende trein op ons heeft gewacht, yeah! Dit is het moment dat Taka even kan plassen voordat we weer 5 uur onderweg zijn. Maar als ik uitstap loopt er een meid op het perron met een zwart hondje die meteen Taka’s aandacht trekt. Gestresst loop ik over het perron in de hoop dat Taka tegen een paal aan piest maar hij heeft alleen maar oog voor het hondje. “Lieverd, alsjeblieft, ga nou plassen!” Nog maar wat meer afstand, maar ook de meid met het hondje loopt heen en weer, op zoek naar haar wagon, en dus kruizen we elkaar wederom. Nog maar wat meer afstand en ik vertrouw er maar op dat zolang er nog mensen instappen, wij er altijd nog in kunnen. De meid stapt in, Taka heeft rust en doet zijn plas. Zucht….
Ook wij kunnen instappen en ik ga netjes naar de stoel die op mijn ticket staat, de coupé is zo goed als vol met mensen en grote backpacks. Als de trein in beweging komt worden meteen de tickets gecontroleerd door een dame met lang blond haar. Ze verzoekt me vriendelijk om naar een andere coupé te verhuizen aangezien hier geen honden mogen. Ik ben verbaasd omdat ik telefonisch mijn ticket heb geboekt omdat ik met een hond reis, maar diegene heeft dus blijkbaar een foutje gemaakt. We verkassen naar de andere coupé die zo goed als leeg is, wat een feest! Taka kan los en zelf zijn plekkie uitkiezen, op een stoel, turend uit het raam hihi. Taka mag van mij alles, zolang het binnen de veiligheidsgrenzen ligt en hij anderen niet schaad. We hebben het rijk voor ons alleen.
Een paar uur later komen er bij een tussenstop een aantal Ozzies en Kiwi’s bij (voor als je niet weet wat ik daarmee bedoel, mensen uit Australië en Nieuw Zeeland), met een hoop kabaal, veel gelach, als jubelende pubers. Aan hun accent hoor ik meteen waar ze vandaan komen, oooh wat hou ik toch van die Ozzietaal! Enorme koffers worden door de coupé gereden, hun Engelse gids wijst ze de weg. Ze zijn op treinreis door Europa en nu onderweg naar Narvik, Noorwegen. Een aantal van hen komt bij ons zitten, ze zijn opslag verliefd op Taka, vooral Rosemary met haar korte koppie haar en ubervriendelijke uitstraling. Ik schat ze allemaal midden 70 maar evengoed in de bloei van hun leven. Dat ze genieten staat als een paal boven water, wat een lol hebben ze met elkaar!


Na een treinreis van 19 uur komen we aan in Abisko. Yeah! We zijn er gewoon! Boven de poolcirkel! De temperatuur is onderweg van 28 graden naar 8 graden gedaald, ideaal om in te lopen. Alle backpackers stappen hier uit en als een kudde rendieren loopt iedereen achter elkaar aan het perron af richting de berghut. Taka kan weer plassen, het waait kneiterhard, ik voel me alsof ik gratis in alle attracties van de kermis een rondje mag doen, als een kind zo blij! Tussen het station en de hut zie ik het startpunt van de route en ik kan niet wachten om door die poort te lopen. Ik twijfel om deze nacht nog in de hut te slapen, aangezien ik echt wel moe ben en het koud is. Of zal ik meteen gaan wandelen? Het meisjes met het zwarte hondje komt aanlopen, warm aangekleed, rugzak op, ze gaat van start. Ze loopt de eerste 110 km van de route, voor het eerst gaat ze zo’n avontuur aan, ook met de tent. Ik word er blij van, zie je? Ik ben niet gek! Er zijn er meer die dit willen met hun hond!
Ik ken mezelf, in mijn dolle enthousiasme ren ik het liefst die poort door, waar met koeienletters in hout uitgesneden Kungsleden opstaat, het Koningspad, maar mijn verstand wint het, ik loop toch eerst nog even naar de hut. Ik wil nog een extra wollen lange onderbroek kopen en in de trein heb ik mijn stekker van mijn telefoon gesloopt, ik hoop dat ik in de hut een stekker kan krijgen anders kan ik vanaf nu niks meer opladen en dat is niet handig. Daarnaast ben ik benieuwd of mijn pakket wel of niet is aangekomen. Volgens Post NL is het niet mogelijk dat er een pakket is aangekomen als er in het systeem staat dat het nog ergens op een depot staat. We gaan het zien.
De hut is een groot gebouw, volgens mij zijn er 300 bedden, het is er een drukte van jewelste. Allemaal backpackers met dure outdoor kleding aan, klaar voor een barre tocht door de bergen. De winkel is van alle gemakken voorzien, alles wat je nodig hebt qua voeding, kleding, outdoor equipment, is voorradig. Taka bind ik buiten aan een reling, zijn bordje plak ik eraan, “Please, do not come close! Thank you!”, om te zorgen dat niemand verleid wordt door zijn hoge aaibaarheidsfactor. Taka laat graag zijn tandjes zien als ik niet in de buurt ben, simpelweg omdat hij niemand vertrouwd. En ik wil voorkomen dat hij zich als een kat in het nauw gedreven voelt. Ik geef hem een biologische runderpensstaaf en hij begint meteen te knabbelen.


Binnen vraag ik of mijn pakket is aangekomen. Ik word naar een voorraadhok gestuurd waar de pakketten worden bewaard en boven verwachting zie ik daar mijn doos staan! Yes! Hij is toch aangekomen! Yes yes yes! Ik neem alles mee naar buiten, terug bij Taka, en pak de doos uit alsof het een suprise is op 5 december. En ondanks dat ik de inhoud er zelf heb ingedaan ben ik verheugd over de inhoud. Vele repen chocolade van Love Chock, hazelnootballen van Love Chock, zakken eten van LYO Food, pensstaven voor Taka, de brokken van Yarrah voor Taka, zo veel heerlijks! Ik had natuurlijk al redelijk wat mee vanuit Oslo, er van uitgaande dat mijn doos niet was aangekomen, dus ik zoek uit wat ik mee neem en wat niet. Ik deel hondenvoer uit aan andere hondeneigenaren, deel chocolade uit aan mensen die langslopen, wat voelt dit rijk! Ik kan gewoon niet alles meenemen, ik draag al 25 kilo op mijn rug en geloof me, dat is al way to much! Met mijn rugzak gevuld met héél veel repen en voeding, een nieuwe stekker en een extra lange wollen onderbroek, vertrek ik toch naar het startpunt. Het is 19u, hopelijk haal ik het meisje met de hond nog in, dat zou leuk zijn.
De route begint in een berkenbos, rechts van het pad stroomt de Abiskojåkka rivier tussen enorme rotswanden door, het zonlicht schittert op het woest kolkende water. Wauw! Ik loop gewoon in Abisko National Park! Het is duidelijk dat dit een populaire route is waar jaarlijks vele mensen komen, ik loop hier niet alleen. Alhoewel het nu wel rustig is omdat de meesten in de hut slapen en morgen beginnen. Ik kom een dood rendier tegen, de schedel kaal, de tanden ontbloot, de vacht nog prachtig zacht. Er ligt een pootje nog intact naast en een los stuk huid. Het losse stuk huid neem ik mee, het is schoon, uitgedroogd en de vacht is prachtig dik, vol en zacht. Wat een mooi souvenir! Er is een kampeerplek waar meerdere tentjes staan maar ik besluit nog een paar uur door te lopen. Ten eerste ben ik er net en ten tweede wil ik alleen staan. Mijn avondeten maak ik klaar aan de rand van de rivier, Taka rent als een dolle tussen de rotsblokken door. Ik ben altijd bang dat hij zich bezeert in zijn enthousiasme, voel me af en toe net een moeder die haar kind behoed voor datgene wat het kind niet eerder heeft ervaren of kan overzien. We hebben nog zo lang te gaan, blessures zitten we niet op te wachten. Maar ik snap het ook, na zo’n lange treinreis in de warmte en dan nu in deze verfrissende omgeving, jodelahietie! Het leven is leuk! Het is 29 juni, onze 450 km is officieel begonnen, het is 22u als ik de tent opzet op een beschutte plek langs de rivier, onze eerste nacht alleen…. Life is good!

Volg onze avonturen

We gaan!!!!!!!

De dieporanje gloed van de sinaasappels stelen de show op mijn aanrecht, zorgvuldig bijeengehouden door het ragfijne groene ruitjesvormige net. Het mes snijd zorgvuldig door het midden, drijft de twee sappige delen uit elkaar, als twee aparte hersenhelften die klaar liggen voor een ontleding. Het vocht glinstert en vraagt erom verorbert te worden. Ik ervaar de rijkdom van dit verse fruit, achtergelaten door een blije klant, waarvan ik me terdege besef dat ik dit de komende vijf weken niet voorhanden zal hebben. Vers fruit. Heerlijk sappig vers fruit. De elektrische pers maakt een brommend geluid terwijl ik toe kijk hoe de enigszins vaste substantie wordt omgevormd tot slechts wat vruchtvlees en heerlijk zoet vocht. Mijn nuchtere maag begint te knorren.


Taka ligt languit op de bank, zijn blik zorgvuldig naar de keuken gericht in de hoop dat ik hem opmerk. Nog suf van de nacht hoopt hij dat ik zijn blik beantwoord. Hij kent me langer dan vandaag. Ik loop naar hem toe en hurk mezelf naast de bank. Met lieve woordjes spreek ik hem toe, in zijn ogen lees ik het verlangen om aangeraakt te worden. Geen kwispel, geen blijdschap, nee, alleen die afwachtende houding en die alles doordringende blik. Hij rekt zich uit en wurmt zijn voorpootjes langs zijn ogen waarbij hij zijn gezicht verstopt. Zo blijft hij liggen, gevolgd door een diepe zucht. Hoe kan ik op dit schaapje in wolfskleren nou niet verliefd zijn? Bij het toverwoord ‘wandelen’ gaat zijn staart zachtjes heen en weer maar het is duidelijk dat hij nog niet uitgeslapen is. De afgelopen weken was het een dagtaak om zijn energie te peilen, en de mijne niet te vergeten. De lange wandelingen, de vele kilometers, telkens een beetje meer op basis van de energie die hij uitstraalde. Het warme weer hielp niet direct mee, hij verafschuwt de zon en alles wat boven de 18 graden komt. Dat betekende gaan lopen om 5 uur in de ochtend of pas beginnen na zonsondergang. Je moet er wat voor over hebben toch? De trainingen zijn al een reis op zich. Telkens weer checken hoe ik me voel, wanneer ik moe wordt, hoe het staat met mijn voeten, mijn enkel, of Taka zijn staart hoog draagt of vermoeid naar beneden, hoeveel hij eet, hoe diep hij slaapt en of er de volgende dag nog energie over is om weer opnieuw te beginnen. Nu is hij in ieder geval nog duf, de vertraging van de stille ochtend kunnen we nog even in stand houden. Taka is een volleerd meester in het aangeven van zijn behoeftes, hij trekt vanzelf wel aan de bel als het wandeltijd is.


Ik vul mijn glas, neem een volle slok en laat het vruchtvlees de binnenkant van mijn wangen strelen. Wat een heerlijke substantie zo op mijn nuchtere maag! Dank je wel lieve klant, dat je dit netje bij mij hebt achtergelaten. Dank je wel voor deze vitaminekick van moeder Aarde, iets wat ik vele malen meer kan waarderen dan bijvoorbeeld een bodylotion als cadeau, waarin stoffen zitten met namen die ik nauwelijks kan uitspreken of waarvan ik de betekenis niet begrijp. Nu zijn het de sinaasappels, in Noorwegen en Zweden hoop ik van verse bosbessen te kunnen genieten.


Tijd om mijn alarm te testen. Ik merk dat ik het spannend vind, dit kleine apparaatje kan onze levens redden in de bergen. Ongeduldig lees ik de gebruiksaanwijzing door, het liefst weet ik al hoe alles werkt en wil ik de bevestiging van missie geslaagd al hebben voordat ik op de alarmknop heb gedrukt. Uit ervaring weet ik dat mijn ongeduld leidt tot onzorgvuldigheid, ik neem me nu dan ook voor om alles goed te lezen zoals het er staat. Ik zet het apparaatje aan, loop de tuin in en ga op een open plek staan als ik op de ‘check in’ knop druk. Hiermee krijgen bepaalde mensen een bericht, die ik vooraf heb ingesteld, met mijn exacte coördinaten van waar ik me op dat moment bevindt. Alles gaat via de satelliet, er gaan allerlei lampjes knipperen, ik heb de gebruiksaanwijzing nodig om op te slaan wat het allemaal betekent. Maar al snel krijg ik appjes binnen van vriendinnen die in mijn alarmlijst staan, met coördinaten en wel. Het werkt! Ik heb alleen zelf het berichtje niet ontvangen dus dat is apart, ergens gaat er dus iets niet goed. Wel heb ik een email ontvangen, ook goed. Het stelt me gerust, dat de mensen waarvan ik het nodig vind weten wat dagelijks mijn toestand is, dat ik veilig ben in de uitgestrekte toendra. Er is een mogelijkheid om mij te volgen, via een link die gekoppeld is aan een website, die weer gekoppeld is aan mijn satellietapparaatje. Hierop is te zien op de kaart waar ik precies ben. Dit wordt echter pas geactiveerd op het moment dat ik het apparaatje aanzet, iedere 60 minuten wordt vastgelegd waar ik ben. De link hiervan zal ik in een volgende blog delen, in de hoop dat het allemaal werkt.


Op 21 april, precies twee maanden geleden, sprak ik het verlangen uit voor deze reis. Een verlangen dat al sinds 2011 in mijn systeem borrelt, als een geiser die soms rustig pruttelt en opeens in vol ornaat de lucht in spuit. Na alle twijfels en argumenten waarom ik het niet zou moeten doen, was mijn innerlijke geiser toch te sterk, klaar om met volle kracht deze energie haar vrijheid te geven. Vandaag, 21 juni, vertrekken we na twee intense maanden van voorbereiding. Trainen, de juiste spullen aanschaffen, informatie lezen, trainen, contacten leggen, treinticket boeken, trainen en ga zo maar door. De komende 5 weken zullen we bijna dagelijks ongeveer 20 kilometer te voet afleggen met tussen de 24 en 25 kilo aan bagage (dat is althans de planning, we gaan het meemaken!).  Taka’s rugzak is precies 2,6 kilo. Er zijn wee rustdagen ingepland (ik weet het, een beetje weinig) en nog twee reisdagen tussen Noorwegen en Zweden die ik ook als rustdagen zie. Elke avond weer ons tentje opzetten op een andere plek, ons eigen potje koken en alleen zijn in de eenzaamheid van de Noorse flells en de enorme toendra van Zweeds Lapland. Ik voel een gezonde spanning, een enorme drive en ik kan niet wachten om morgen in Noorwegen te zijn! Daar waar mijn hart sneller gaat kloppen, waar de lucht schoon is en ik de zachte smaak van water uit de natuur mag proeven. Daar waar de stilte overheerst, samen in eeuwige trouw met de immense weidsheid van de bergplateaus. Tot snel!

Oh ja, ik had toch nog een extra boodschap!

kijk de video